Leraar VHO in de Taal- en Cultuurwetenschappen

Word een vakspecialist

Sta jij over een jaar voor de klas?

Denk je nog wel eens terug aan de spannende verhalen van je docent Latijn op de middelbare school? Of juist aan je lerares Frans die de lesstof altijd zo slecht presenteerde? Waarom boeide de ene docent wel, terwijl de andere alle aandacht leek te verliezen? Graag leiden wij je op tot een succesvolle en inspirerende eerstegraads bevoegd docent in:  

  • Duits 
  • Engels 
  • Frans 
  • Griekse en Latijnse Taal en Cultuur 
  • Latijnse Taal en Cultuur 
  • Nederlands

Ben jij een docent met talent?

Heb jij hart voor het onderwijs en vind je het een uitdaging om je kennis en vaardigheden over te dragen op jonge mensen? Kies dan na je afgeronde universitaire masteropleiding voor de Master Leraar Voorbereidend Hoger Onderwijs. Na 1 jaar mag je dan al als bevoegd docent in het voortgezet onderwijs aan de slag. Zo laat je direct zien dat jij die enthousiaste docent bent, waar iedere leerling later nog aan terugdenkt. Je volgt de opleiding in de specialisatie Duits, Engels, Frans, Griekse en Latijnse Taal en Cultuur, Latijnse Taal en Cultuur of Nederlands.

Ander schoolvak? Kijk bij de lerarenopleiding in de bètavakken en de lerarenopleiding in de mens- en maatschappijvakken. 

Wil je al tijdens of direct na je bachelor van start met de lerarenopleiding? Kijk dan bij www.vu.nl/lerarenopleidingen

Gedeelde studiekosten

Het voortgezet onderwijs staat te springen om enthousiaste vakdocenten zoals jij. Daarom kom je met deze studie bij een aantal vakken in aanmerking voor een eenmalige tegemoetkoming van € 3.000 in de studiekosten. Het ministerie van Onderwijs maakt deze opleiding zo extra aantrekkelijk Kijk voor meer informatie op www.mastersvoorhetvo.nl. Op deze nieuwe website vertellen ULO-studenten en jonge leraren hoe zij de opleiding en het beroep ervaren. Laat je inspireren en informeren over het vak van leraar, de arbeidsvoorwaarden en de werkomgeving.

Overview Leraar VHO in de Taal- en Cultuurwetenschappen

Taal

Dutch

Duur

1 jaar

Aanmelden Voor

1 mei (start september) of 1 november (start februari)

StartDatum

1 februari of 1 september

Vorm

Part-time, Full-time

Interessegebied

Language and Communication

Schoolvakken

Binnen het schoolvak Nederlands wordt relatief veel aandacht besteed aan de receptieve en productieve vaardigheden (zakelijk lezen, gedocumenteerd schrijven, mondelinge taalvaardigheid - presenteren, discussiëren en debatteren) en aan argumentatie. Deze twee onderdelen nemen ongeveer 70% van de beschikbare tijd in beslag.  Aan literatuuronderwijs, het derde onderdeel, wordt  ongeveer 30% van de tijd besteed. Taalkunde neemt een bescheiden plaats in binnen het curriculum, al bestaat sinds kort de mogelijkheid om ook in de bovenbouw tijd te besteden aan taalkundige thema’s. Het accent ligt op taalonderwijs als communicatieonderwijs, waarbij het gaat om taalgebruik, functies van taalgebruik, doel- en publiekgerichtheid. Relatief nieuw is de aandacht voor taalgebruiksprocessen en reflectie. 

Vakdidactische bijzonderheden
Dit accent op taalgebruiksprocessen en reflectie binnen het schoolvak, vraagt van leerlingen een groter bewustzijn van lees- en schrijfprocessen , het inzetten van strategieën, aandacht voor planning en voorbereiding van taalactiviteiten en aandacht voor revisie. In het onderwijs gaat de aandacht niet alleen uit naar het product, maar ook naar het proces. Leerlingen worden gestimuleerd om na te denken over de strategieën die ze gebruiken om leertaken uit te voeren. Wat werkte goed en wat niet? Hoe kun je je aanpak verbeteren?  Dit speelt ook een belangrijke rol bij het literatuuronderwijs. Idealiter ontwikkelen leerlingen zich door het literatuuronderwijs tot competente lezers, die een bewuste keuze kunnen maken uit het literaire aanbod en weten welke factoren daarbij een rol spelen.  Ontleedonderwijs is niet langer een doel op zich, maar staat in dienst van schrijfvaardigheid en spellingsonderwijs.

Verdieping
Een bevoegdheid Nederlands levert ook automatisch een bevoegdheid Culturele en Kunstzinnige Vorming (CKV) op. Vandaar dat een module over dit vak deel uitmaakt van de lerarenopleiding.

Toelatingseisen

Direct toegang 
Met een afgeronde bachelor en master Nederlandse taal en cultuur heb je toegang tot de universitaire lerarenopleiding Nederlands.  

Aanverwante vooropleiding 
In de toelatingsprocedure voor studenten die niet direct toelaatbaar zijn, maar die wel beschikken over een afgeronde WO-master in een verwante discipline, kan de omvang van een eventueel applicatieprogramma worden vastgesteld. Dit doet de toelatingscommissie door vergelijking van het gevolgde studieprogramma met de domeinen uit het landelijke vakinhoudelijk referentiekader. Indien je vooropleiding vakinhoudelijk overeenkomt, kun je je vooraanmelden via Studielink en ontvang je vanzelf bericht van de toelatingscommissie over je toelaatbaarheid (en eventueel weg te werken deficiënties). 

Tweedegraads bevoegdheid 
Heb je een tweedegraads lesbevoegdheid Nederlands, en wil je nu een eerstegraads lesbevoegdheid halen, dan moet je eerst bij de Faculteit der Geesteswetenschappen een masteropleiding in de Nederlandse Taal- of Letterkunde volgen om je vakinhoudelijke kennis aan te vullen tot masterniveau. Hier gaat nog een premastertraject aan vooraf. Hoe lang je totaal aan dit traject bezig bent hangt vooral af van de vakinhoud van de gevolgde hbo-opleiding. Reken op een programma van minimaal 1,5 jaar (voltijds)studie. Na het behalen van het masterdiploma ben je toelaatbaar tot de universitaire lerarenopleiding Nederlands en krijg je vrijstellingen voor de helft van de opleiding. Voor specifieke informatie over je toelaatbaarheid tot de (pre)masteropleiding kun je direct contact opnemen met een studieadviseur van de Faculteit der Geesteswetenschappen. Vermeld daarbij dat het gaat om een traject om de eerstegraads lesbevoegdheid te halen, zodat er zowel taalkundige als letterkundige vakken in je (pre)master zijn opgenomen. Alternatieve route is de master Educatie in de taal en cultuurwetenschappen (2 jaar).

Beroepsperspectief
Als docent Nederlands zijn je vooruitzichten op een baan goed.

Interview Merel Heuberger, ULO-studente Nederlands aan de VU

Interview_ULO_Merel"Voor het eerst doe ik iets waarvan ik denk: Yes, dit vind ik echt leuk! Voordat ik begon aan de lerarenopleiding heb ik eerst cultuurwetenschappen gestudeerd en daarna Nederlands. Hoewel ik twee bachelors en een master Nederlands heb afgrond, waren er niet veel banen die me leuk leken. Ik speelde al wel met het idee om later leraar te worden. Dat blijkt nu inderdaad bij mij te passen."

Lees verder op mastersvoorhetvo.nl

Engels is voor alle leerlingen een verplicht vak. De integratie van de niveaus uit het Europees Referentiekader in de talencurricula is inmiddels op veel scholen een feit. Op een groeiend aantal scholen wordt bovendien tweetalig onderwijs verzorgd, waarbij bij ongeveer de helft van de lessen (bijv. bij aardrijkskunde en biologie) het Engels de voertaal is. Vaardigheidsonderwijs neemt een belangrijke plek in in het curriculum; grammatica en vocabulaireverwerving vormen daarbij onmisbare bouwstenen. De laatste jaren is er daarnaast weer meer aandacht voor literatuuronderwijs.

Vakdidactische bijzonderheden
Er valt veel te leren over en aan een taal, maar het uiteindelijke doel is dat je kunt communiceren in die taal. Daarom wordt het concept ‘doeltaal = voertaal’ veelvuldig toegepast. In het talenonderwijs speelt de communicatieve context dan ook een belangrijke rol. Leerlingen weten vaak niet hoe ze taalvaardiger kunnen worden. Bewustwording van taal ontwikkelingsstrategieën en leren je eigen werk kritisch te bekijken zijn daarom belangrijke aandachtspunten binnen het curriculum van het schoolvak Engels.

Verdieping
Een bevoegdheid Engels levert ook automatisch een bevoegdheid Culturele en Kunstzinnige Vorming (CVK) op. Vandaar dat een module over dit vak onderdeel uitmaakt van je lerarenopleiding.

Toelatingseisen

Direct toelaatbaar 
Met een afgeronde bachelor en master Engels heb je toegang tot de universitaire lerarenopleiding Engels.  

Aanverwante vooropleiding 
In de toelatingsprocedure voor studenten die niet direct toelaatbaar zijn, maar die wel beschikken over een afgeronde WO-master in een verwante discipline, kan de omvang van een eventueel applicatieprogramma worden vastgesteld. Dit doet de toelatingscommissie door vergelijking van het gevolgde studieprogramma met de domeinen uit het landelijke vakinhoudelijk referentiekader. Indien je vooropleiding vakinhoudelijk overeenkomt, kun je je vooraanmelden via Studielink en ontvang je vanzelf bericht van de toelatingscommissie over je toelaatbaarheid (en eventueel weg te werken deficiënties). 

Tweedegraads bevoegdheid 
Heb je een tweedegraads lesbevoegdheid Engels, en wil je nu een eerstegraads lesbevoegdheid halen, dan moet je eerst bij de Faculteit der Geesteswetenschappen een masteropleiding in de Engelse Taal- of Letterkunde volgen om je vakinhoudelijke kennis aan te vullen tot masterniveau. Hier gaat nog een premastertraject aan vooraf. Hoe lang je totaal aan dit traject bezig bent hangt vooral af van de vakinhoud van de gevolgde hbo-opleiding. Reken op een programma van minimaal 1,5 jaar (voltijds)studie. Na het behalen van het masterdiploma ben je toelaatbaar tot de universitaire lerarenopleiding Engels en krijg je vrijstellingen voor de helft van de opleiding. Voor specifieke informatie over je toelaatbaarheid tot de (pre)masteropleiding kun je direct contact opnemen met een studieadviseur van de Faculteit der Geesteswetenschappen. Vermeld daarbij dat het gaat om een traject om de eerstegraads lesbevoegdheid te halen, zodat er zowel taalkundige als letterkundige vakken in je (pre)master zijn opgenomen. Alternatieve route is de master Educatie in de taal en cultuurwetenschappen (2 jaar).

Beroepsperspectief
Als docent Engels zijn je vooruitzichten op een baan goed.

Op veel scholen wordt hard gewerkt aan een verhoging van de effectiviteit van het talenonderwijs. Met name bij Frans waar bijvoorbeeld op een groeiend aantal scholen wordt gewerkt met AIM-didactiek, een werkwijze waarbij gebarentaal het taalleerproces nadrukkelijk versnelt. Ook de integratie van de niveaus uit het Europees Referentiekader in de talencurricula is inmiddels op veel scholen een feit. Literatuur, grammatica en vocabulaireverwerving zijn belangrijke onderdelen die binnen het vak aan de orde komen.

Vakdidactische bijzonderheden
Er valt veel te leren over en aan een taal, maar het uiteindelijke doel is dat je kunt communiceren in die taal. Daarom wordt het concept ‘doeltaal = voertaal’ veelvuldig toegepast. In het talenonderwijs speelt de communicatieve context dan ook een belangrijke rol. Leerlingen weten vaak niet hoe ze taalvaardiger kunnen worden. Bewustwording van taal ontwikkelingsstrategieën en leren je eigen werk kritisch te bekijken zijn daarom belangrijke aandachtspunten binnen het curriculum van het schoolvak Frans.

Verdieping
Een bevoegdheid Frans levert ook automatisch een bevoegdheid Culturele en Kunstzinnige Vorming (CKV) op. Vandaar dat een module over dit vak onderdeel uitmaakt van de lerarenopleiding Frans.

Toelatingseisen

Direct toelaatbaar 
Met een afgeronde bachelor en master Frans heb je toegang tot de universitaire lerarenopleiding Frans.  

Aanverwante vooropleiding 
In de toelatingsprocedure voor studenten die niet direct toelaatbaar zijn, maar die wel beschikken over een afgeronde WO-master in een verwante discipline, kan de omvang van een eventueel applicatieprogramma worden vastgesteld. Dit doet de toelatingscommissie door vergelijking van het gevolgde studieprogramma met de domeinen uit het landelijke vakinhoudelijk referentiekader. Indien je vooropleiding vakinhoudelijk overeenkomt, kun je je vooraanmelden via Studielink en ontvang je vanzelf bericht van de toelatingscommissie over je toelaatbaarheid (en eventueel weg te werken deficiënties). 

Tweedegraads bevoegdheid 
Heb je een tweedegraads lesbevoegdheid Frans, en wil je nu een eerstegraads lesbevoegdheid halen, dan kun je kiezen voor de Educatie in de taal en cultuurwetenschappen (2 jaar).

Beroepsperspectief
Als docent Frans zijn je vooruitzichten op een baan goed.

Vakdidactische bijzonderheden
Er valt veel te leren over en aan een taal, maar het uiteindelijke doel is dat je kunt communiceren in die taal. Daarom wordt het concept ‘doeltaal = voertaal’ veelvuldig toegepast. In het talenonderwijs speelt de communicatieve context dan ook een belangrijke rol. Leerlingen weten vaak niet hoe ze taalvaardiger kunnen worden. Bewustwording van taal ontwikkelingsstrategieën en leren je eigen werk kritisch te bekijken zijn daarom belangrijke aandachtspunten binnen het curriculum van het schoolvak Duits.

Verdieping
Een bevoegdheid Duits levert ook automatisch een bevoegdheid Culturele en Kunstzinnige Vorming (CVK) op. Vandaar dat een module over dit vak onderdeel uitmaakt van je lerarenopleiding.

Toelatingseisen

Direct toelaatbaar 
Met een afgeronde bachelor en master Duits heb je direct toegang tot de universitaire lerarenopleiding Duits. 

Aanverwante vooropleiding 
In de toelatingsprocedure voor studenten die niet direct toelaatbaar zijn, maar die wel beschikken over een afgeronde WO-master in een verwante discipline, kan de omvang van een eventueel applicatieprogramma worden vastgesteld. Dit doet de toelatingscommissie door vergelijking van het gevolgde studieprogramma met de domeinen uit het landelijke vakinhoudelijk referentiekader. Indien je vooropleiding vakinhoudelijk overeenkomt, kun je je vooraanmelden via Studielink en ontvang je vanzelf bericht van de toelatingscommissie over je toelaatbaarheid (en eventueel weg te werken deficiënties). 

Tweedegraads bevoegdheid 
Heb je een tweedegraads lesbevoegdheid Duits, en wil je nu een eerstegraads lesbevoegdheid halen, dan kun je hiervoor helaas alleen aan de VU terecht als je elders een Master in de Duitse Taal- en Letterkunde hebt behaald.

Beroepsperspectief
Als docent Duits zijn je vooruitzichten op een baan goed.

Een gymnasiale opleiding is onverminderd populair bij ouders en leerlingen. Het aantal inschrijvingen voor een gymnasiale opleiding stijgt ieder jaar nog steeds. De meeste studenten die aan de lerarenopleiding beginnen staan dan ook al een aantal jaar voor de klas.

Vakdidactische bijzonderheden
Bij vakdidactiek wordt uiteraard veel aandacht besteed aan de basisvaardigheden, zoals grammaticaonderwijs, vertaaldidactiek en toetsing. Daarnaast sta je tijdens de opleiding stil bij nieuwe ontwikkelingen binnen het vakgebied zoals ICT bij de talen en methodeloos Grieks of Latijn leren. Ook wordt er uitgebreid aandacht besteed aan (de integratie van de talen met) Klassieke Culturele Vorming (KCV).

Verdieping
Classici volgen de clustergebonden verdieping Klassieke Culturele Vorming (KCV).

Toelatingseisen

Direct toelaatbaar 
Met een bachelor en master ‘Griekse en Latijnse Taal en Cultuur’ heb je direct toegang tot de lerarenopleiding klassieke talen. 

Aanverwante vooropleiding 
In de toelatingsprocedure voor studenten die niet direct toelaatbaar zijn, maar die wel beschikken over een afgeronde WO-master in een verwante discipline, kan de omvang van een eventueel applicatieprogramma worden vastgesteld. Dit doet de toelatingscommissie door vergelijking van het gevolgde studieprogramma met de domeinen uit het landelijke vakinhoudelijk referentiekader. Indien je vooropleiding vakinhoudelijk overeenkomt, kun je je vooraanmelden via Studielink en ontvang je vanzelf bericht van de toelatingscommissie over je toelaatbaarheid (en eventueel weg te werken deficiënties). 

Beroepsperspectief
Als docent Klassieke Talen zijn je vooruitzichten op een baan (zeer) goed. Er is een groot tekort aan bevoegde Klassieke Talendocenten.

Een gymnasiale opleiding is onverminderd populair bij ouders en leerlingen. Het aantal inschrijvingen voor een gymnasiale opleiding stijgt ieder jaar nog steeds. De meeste studenten die aan de lerarenopleiding beginnen staan dan ook al een aantal jaar voor de klas.

Vakdidactische bijzonderheden
Bij vakdidactiek wordt uiteraard veel aandacht besteed aan de basisvaardigheden, zoals grammaticaonderwijs, vertaaldidactiek en toetsing. Daarnaast sta je tijdens de opleiding stil bij nieuwe ontwikkelingen binnen het vakgebied zoals ICT bij de talen en methodeloos Grieks of Latijn leren. Ook wordt er uitgebreid aandacht besteed aan (de integratie van de talen met) Klassieke Culturele Vorming (KCV).

Verdieping
Classici volgen de clustergebonden verdieping Klassieke Culturele Vorming (KCV).

Toelatingseisen

Direct toelaatbaar 
Met een bachelor en master ‘Oudheidkunde’ met Latijn heb je direct toegang tot de lerarenopleiding klassieke talen. 

Aanverwante vooropleiding 
In de toelatingsprocedure voor studenten die niet direct toelaatbaar zijn, maar die wel beschikken over een afgeronde WO-master in een verwante discipline, kan de omvang van een eventueel applicatieprogramma worden vastgesteld. Dit doet de toelatingscommissie door vergelijking van het gevolgde studieprogramma met de domeinen uit het landelijke vakinhoudelijk referentiekader. Indien je vooropleiding vakinhoudelijk overeenkomt, kun je je vooraanmelden via Studielink en ontvang je vanzelf bericht van de toelatingscommissie over je toelaatbaarheid (en eventueel weg te werken deficiënties). 

Beroepsperspectief
Als docent Latijn zijn je vooruitzichten op een baan redelijk tot goed, al zijn de perspectieven voor iemand met lesbevoegdheid voor Grieks èn Latijn nog beter.

Volg Lisa en stap in de wereld van een leraar in opleiding!

Inhoud van de studie

Het studieprogramma van de master lerarenopleiding is opgedeeld in drie fases waarbij in elke fase drie verschillende vakken worden gegeven; didactiek, praktijk en praktijkonderzoek. De opleiding start twee maal per jaar; begin februari en begin september. Colleges en bijeenkomsten vinden altijd plaats op maandag. Op opleidingsscholen kunnen er ook op andere dagen onderwijsactiviteiten zijn. Aan de eerste collegedag gaat een drietal (verplichte) startdagen vooraf.

Didactiek (Didactiek 1, 2 en 3 – totaal 21 EC)
Het vak Didactiek bestaat uit drie onderdelen; algemene didactiek, vakdidactiek en peergroup. Bij dit vak wordt er aandacht besteed aan het functioneren als docent in de bredere zin. Studenten worden voorbereid op het leraarschap in het eigen vakgebied,  maar  ook worden er theorieën verworven over leren en onderwijzen, klassenmanagement en communicatie en kennismaking met relevante inzichten in de ontwikkelings- en adolescentenpsychologie. In de peergroup wisselen studenten ervaringen uit de praktijkstage uit. De lessen didactiek worden in verschillende thema’s (kernpraktijken) gegeven. Elke week staat er een nieuwe kernpraktijk centraal. Omdat didactiek samenloopt met de praktijkstage, wordt de theoretische kernpraktijk gelijk in praktijk gebracht aan de hand van verwerkingsopdrachten. 

Praktijk (Praktijk 1, 2 en 3 – totaal 30 EC)
Tijdens de praktijkstage werken studenten aan het verder ontwikkelen van de kernpraktijken die in het instituutsdeel van Didactiek  aan de orde zijn gekomen. Er wordt een verbinding gemaakt tussen de theorie en praktijk. Op de werkplek wordt de aandacht op dezelfde kernpraktijken gericht als tijdens de instituutsopleiding. Dit betekent dat studenten, samen met hun werkplekbegeleider, gericht werken aan de verschillende thema’s besproken in de colleges van Didactiek.

Praktijkonderzoek (praktijkonderzoek 1 en 2 – totaal 9 EC)
In het vak Praktijkonderzoek wordt er een verdere verdieping van het onderwijs geboden. De docent in opleiding verdiept zich samen met collega’s en de werkplekbegeleider in een probleem in de praktijk. Dit probleem wordt op een empirische manier onderzocht en geanalyseerd. Hierbij krijgt de docent in opleiding handvatten aangereikt om bronnen te zoeken en te beoordelen en een onderzoeksverslag op te stellen en te presenteren.

Internationalisering
Er zijn beperkt mogelijkheden voor internationale uitwisseling, Voor meer informatie hierover kun je contact opnemen met onze contactpersoon internationalisering.

Waarom Leraar VHO studeren aan de VU?


Een stevige vakdidactische basis

In de opleiding besteed je veel aandacht aan vakdidactiek. Je wordt opgeleid tot een professional die op verantwoorde wijze wetenschappelijke (vak)kennis bereikbaar maakt voor leerlingen.

Praktijkgericht
De vakdidactici van de masteropleiding hebben zelf veel ervaring in het lesgeven en zijn ook betrokken bij onderwijsvernieuwingen. Ze hebben aandacht voor jouw persoonlijke wensen en kijken samen met jou naar wat jij nodig hebt om een inspirerende leraar te worden.

Een helder programma gericht op jouw ontwikkeling
De opleiding biedt een helder en samenhangend programma. Je persoonlijke ontwikkeling staat centraal; je houdt een digitaal portfolio bij en bespreekt regelmatig met je medestudenten en met je mentor je (les)ervaringen. Voor wie al meer ervaring heeft als docent zijn er mogelijkheden voor vrijstellingen op basis van eerder verworven competenties (EVC's).

Kleinschalig en persoonlijk
De opleiding is kleinschalig en de lijnen zijn kort. Zo is het direct duidelijk bij wie je moet zijn met vragen. Je krijgt persoonlijke aandacht van je docenten en kunt bij hen terecht voor vragen.  

Waarom een lerarenopleiding volgen aan de VU? Bekijk de 10 pluspunten!

Pasfoto_RebeccaBoerebach_AlmunusOpleiding voor het leven: kwaliteit, persoonlijkheid en gezelligheid

'De docentenopleiding aan de VU biedt niet alleen de kennis en vaardigheden die je nodig hebt als eerstegraads bevoegd docent, maar ook persoonlijke begeleiding, die jou als (toekomstig) docent en individu in staat stelt jezelf te ontwikkelen en te blijven ontwikkelen. Hierdoor geeft de docentenopleiding aan de VU niet alleen verrijking op het gebied van onderwijs, maar ook in andere aspecten van je leven. De opleiding is kleinschalig, wat de kwaliteit, persoonlijkheid en gezelligheid van de opleiding ten goede komt. De opleiders zijn professioneel en betrokken, wat zorgt voor een veilig klimaat, waarin je jezelf optimaal kunt ontplooien. Door de snelle ontwikkeling die je in één jaar doormaakt, is het verstandig je volledige aandacht op de opleiding te richten. En dat is de moeite waard: via de opleiding kom je in aanraking met kwaliteiten, visies, docenten, (vak)collega’s en vrienden waar je de rest van je leven inspiratie uit kunt halen'.

Rebecca Boerebach
Eerstegraads docent biologie, Marecollege Leiden
(Alumnus Master Leraar VHO)


 

 

 

Rollen en competenties

Inspireren om het maximale uit de klas te halen
Als beginnend docent is praktijkervaring cruciaal. In de masteropleiding Leraar voorbereidend hoger onderwijs aan de VU leer je hoe je stevig in je schoenen komt te staan. Leraar word je namelijk niet zomaar. Boeiend en inspirerend onderwijs geven voor verschillende leerlingen moet je leren. Daarom zijn er in deze masteropleiding vijf rollen ontwikkeld.

Professional
In je werk met leerlingen maak je voortdurend keuzes. Moet je reageren of juist niet? Geef je dit voorbeeld of een ander?Een deel van die keuzes kun je voorbereiden, maar vaak reageer je in een split second. Is dat ook de meest effectieve reactie? Wat maakt eigenlijk dat ik op die manier reageer? Zijn er andere mogelijkheden, andere perspectieven? Door regelmatig, samen met anderen, bij dit soort vragen leer je aan de hand van je praktijkervaringen. Daarnaast heb je, zeker als universitair opgeleide leraar een rol in het verder ontwikkelen van het onderwijs. Dat betekent zoeken naar nieuwe inzichten en nieuwe handelingsmogelijkheden, je voeden met wetenschappelijke inzichten en deze toetsen aan je eigen praktijk. Zoeken, onderzoeken en delen vormen de kern van deze rol.

Ontwerper
Het ontwerpen van onderwijs is een dagelijkse bezigheid voor een docent . Het repertoire dat je tot je beschikking hebt om lessen te ontwerpen en weloverwogen keuzes te maken, breid je steeds verder uit, door reflectie op je ervaringen in de praktijk, door kennismaking met theorie en door uitwisseling met collega’s en medestudenten. Terugkerende vragen daarbij zijn: Wat moeten leerlingen weten of kunnen aan het eind van mijn les(sen)? Waar kan ik bij aansluiten? Welke activiteiten kies ik? Hoe weet ik of de doelen uiteindelijk bereikt zijn?

Uitvoerder
Uiteindelijk moet het thuis ontworpen lesplan in de praktijk tot leven komen. Aan de docent de taak de voorwaarden te scheppen waaronder leerlingen kunnen leren. Belangrijke thema’s zijn: contact maken , leiding geven  en het organiseren en begeleiden van het leerproces.  Je wordt je bewust van bepaalde patronen in je communicatie en (h)erkent het effect hiervan op de leerlingen.

Pedagoog
In je rol als pedagoog stimuleer je leerlingen in hun verdere ontwikkeling als persoon, in het werken aan hun identiteit.. In deze rol ben je een voorbeeld voor je leerlingen. Je bent iemand met een eigen identiteit die in de omgang met leerlingen, collega’s en ouders keuzes maakt. Keuzes die gestuurd worden door jouw normen en waarden, jouw opvattingen over wat goed is, wat hoort, wat jij belangrijk vindt. Kennis van jezelf en kennis van de leerling in deze specifieke leeftijdsfase zijn cruciaal om deze rol naar behoren te kunnen vervullen.

Teamlid en collega
Doorgaans staat een leraar alleen voor de klas. Daardoor kan het beroep wel eens een solistisch beroep lijken. Maar binnen de school ben je  ook lid van verschillende teams. Je maakt met je sectie bijvoorbeeld afspraken over het vakonderwijs, je geeft samen met je collega’s invulling aan de pedagogische taak waarvoor de school zich gesteld ziet, je maakt deel uit van een mentorenteam etc.  In deze rol is het belangrijk dat je betrouwbaar, flexibel en communicatief vaardig bent. Dat je de schoolvisie ondersteunt en uitdraagt en je realiseert dat jij naar buiten toe het visitekaartje van de school bent.

Bij elke rol gaat het om het gedrag dat van jou als docent verwacht wordt in een bepaalde situatie. In de rol als ontwerper van onderwijs doe je andere dingen, denk je over andere zaken na dan wanneer je met leerlingen aan het werk bent. Natuurlijk kun je de rollen niet strikt scheiden. Maar het helpt wel om ze te onderscheiden, om zicht te krijgen op de verschillende dingen die een leraar doet en waarover hij na moet denken.
        
Om een rol goed te kunnen vervullen moet een docent over competenties beschikken. Voor het beroep van leraar zijn landelijk  competenties afgesproken. Competenties zijn opgedeeld in kennis, vaardigheden, motivatie en persoonskenmerken. Startbekwaam zijn als docent, het doel van de lerarenopleiding, betekent dat je aantoonbaar over de competenties beschikt en hiermee de vijf rollen in voldoende mate beheerst.

De opleiding kent vier opleidingsroutes:

Regulier (voltijd of deeltijd):
Je volgt het complete programma van 60 EC.
Je kunt de opleiding combineren met een baan in het onderwijs, waarbij (een deel van) je baan als stage geldt. Meestal zal je dan voor de deeltijdvariant moeten kiezen.

Instroom (voltijd of deeltijd):
Als naast je masterdiploma al in het bezit bent van een andere lesbevoegdheid heb je recht op vrijstellingen: 

  • Tweedegraads lesbevoegdheid behaald in HBO in hetzelfde schoolvak: 30 EC aan vrijstellingen
  • Afgeronde educatieve minor / educatieve module in het WO in hetzelfde schoolvak: 27 EC aan vrijstellingen 
  • Eerstegraads lesbevoegdheid behaald in het WO in een ander schoolvak: 41 EC aan vrijstellingen Een andere lesbevoegdheid (tweedegraads lesbevoegdheid in ander schoolvak of lesbevoegdheid voor het Hoger Onderwijs): individueel besluit van de examencommissie. 

Je kunt de opleiding combineren met een baan in het onderwijs, waarbij (een deel van) je baan als stage geldt. Meestal zal je dan voor de deeltijdvariant moeten kiezen.

EVC (voltijd of deeltijd):
Je komt hiervoor in aanmerking als je al minimaal een jaar lang acht uur per week als onbevoegd docent voor de klas staat, of als je minimaal 3 jaar werkervaring hebt die relevant is voor het beroep als docent. Het is mogelijk om voor onderdelen van de opleiding een vrijstelling te krijgen op basis van eerder verworven competenties. Zie verder: Voorwaarden EVC-procedure.

Je kunt de opleiding combineren met een baan in het onderwijs, waarbij (een deel van) je baan als stage geldt. Meestal zal je dan voor de deeltijdvariant moeten kiezen.

Zij-instroom (deeltijd):
Je hebt een afgeronde universitaire studie (doctoraal of master), en je bent als on(der)bevoegd docent aangesteld op een school. Je school kan de subsidie voor zij-instromers aanvragen, waarmee je in de vorm van contractonderwijs je eerstegraads lesbevoegdheid haalt. Het is mogelijk om voor onderdelen van de opleiding een vrijstelling te krijgen op basis van eerder verworven competenties. Zie verder: Opleidingspagina van de ULO voor zij-instromers.

Naast deze vier routes binnen deze master bidt de VU andere trajecten om een eerstegraads of tweedegraads lesbevoegdheid te behalen. Zie het complete overzicht op: www.vu.nl/lerarenopleidingen

VU Matching bij de lerarenopleiding

Het beroep van leraar staat in de belangstelling. Je overweegt om de lerarenopleiding aan de VU te gaan volgen. Maar weet je waar je voor kiest? Heb je een goed beeld van het beroep van leraar in het voortgezet onderwijs? Voldoet onze opleiding aan jouw verwachtingen? En heb jij de juiste kwaliteiten en vaardigheden? Algemene informatie vind je op onze website, uitgebreidere informatie krijg je op de voorlichtingsbijeenkomst en de meeloopdag. Door grondig te checken of jij de juiste keuze maakt, vergroot je de kans om je opleiding succesvol te doorlopen. Daarom hebben wij, samen met een aantal opleidingsscholen, een matching-traject ingesteld.

Voor wie is de matching?
De matching is voor studenten die in stagevariant de opleiding gaan volgen, en geen ervaring hebben in het lesgeven in het voortgezet onderwijs. Studenten met een baan in het voortgezet onderwijs, tweedegraads instromers, zij-instromers en kandidaten die een EVC-assessment hebben gevolgd, evenals studenten die de Educatieve minor succesvol hebben afgerond, worden vrijgesteld van het matchingstraject. Voor de overige studenten is deelname verplicht.

Wat houdt de intake/matching in?

  • Je volgt een startbijeenkomst met informatie, een algemeen didactiekcollege en ontvangt toelichting op de opdrachten op de VU.
  • Je bent één dag op één van onze opleidingsscholen of stagescholen en loopt mee met een bevoegd docent in jouw schoolvak, voert opdrachten uit en hebt een matchingsgesprek met de schoolopleider. De schoolopleider brengt een advies uit aan de VU over de start van de opleiding en de toekenning van de stageplek.
  • Je werkt de opdrachten uit en levert ze tijdig in.
  • Je hebt een intakegesprek op de VU, waarin teruggekeken wordt op jouw ervaringen.
  • Hieruit volgt een persoonlijk advies met eventuele aandachtspunten voor de start van de opleiding.
  • In totaal vraagt het ca. 16 uur tijdsinspanning van studenten.
  • Voor deze pilot zijn er geen kosten aan de matching verbonden.

Wat levert het op?    

  • Je krijgt een goed beeld van jouw startsituatie als docent en van wat je op school en op de opleiding kunt verwachten. 
  • Je hebt al kennisgemaakt met je (waarschijnlijke) stageschool en begeleiders. 
  • Je ontvangt een door VU en opleidingsschool gedeeld advies over je geschiktheid voor de opleiding en het beroep van leraar. Het advies kan zijn om je te bezinnen op de keuze voor het beroep van leraar. Je kunt op basis van de matching overigens niet afgewezen worden voor de opleiding. 
  • Eventuele aandachtspunten zijn al voor de start van de opleiding bekend. Hierdoor kun je een betere start maken en beter begeleid worden door je mentor (op de VU) en door je begeleiders op school.  

Belangrijke data

  • De eerste bijeenkomst op de VU is op dinsdag 22 mei van 9.15-12.15 uur
  • Daarna kunnen de studenten in de periode van woensdag 23 mei tot en met vrijdag 15 juni een dag meelopen op school
  • De deadline voor het uitwerken van de opdrachten is maandag 18 juni 17.00 uur
  • De matchingsgesprekken zijn op maandag 25 juni of dinsdag 26 juni.

Vragen

Veelgestelde vragen

1) Ben ik (direct) toelaatbaar?
Specifieke toelatingseisen per schoolvak vind je onder het kopje ‘schoolvakken’.
In de toelatingsprocedure voor studenten die niet direct toelaatbaar zijn, maar die wel beschikken over een afgeronde WO-master in een verwante discipline, kan de omvang van een eventueel applicatieprogramma worden vastgesteld. Dit doet de toelatingscommissie door vergelijking van het gevolgde studieprogramma met de domeinen uit het landelijke vakinhoudelijk referentiekader (deze staan vermeld op de schoolvakken pagina's onder het kopje 'toelatingseisen'). Indien je vooropleiding vakinhoudelijk overeenkomt, kun je je vooraanmelden via Studielink en ontvang je vanzelf bericht van de toelatingscommissie over je toelaatbaarheid (en eventueel weg te werken deficiënties).
2) Ik wil overstappen naar het onderwijs. Is deze master de juiste keuze voor mij?
Dat ligt aan de vooropleiding die je hebt (zie vraag 1). Onze lerarenopleiding kent meerdere opleidingsroutes. Twijfel je nog of het leraarschap iets voor je is dan raden wij je aan contact op te nemen met je oude school (of een school die je kent) om te vragen of je een dag mee mag lopen. Kom je in aanmerking voor het zij-instroomtraject dan heb je (voor bepaalde vakken) ook de mogelijkheid een oriëntatiecursus te volgen bij Het Schoolbureau.
3) Kan ik zij-instromer worden?
Indien je een afgeronde universitaire studie (doctoraal of master) hebt en al bent aangesteld als onbevoegd docent op een school, of binnenkort een aanstelling op een school kunt krijgen dan kun je in aanmerking komen voor een zij-instroomtraject als je aan de voorwaarden voldoet.
4) Ik heb al een tweedegraads lesbevoegdheid. Kan ik deze masteropleiding volgen?
Wil je voor hetzelfde vak een eerstegraads bevoegdheid halen, dan moet je eerst bij de faculteit waar dit schoolvak is ondergebracht een masteropleiding volgen om je vakinhoudelijke kennis aan te vullen tot masterniveau (voorheen doctoraaldiploma). Hier gaat nog een premastertraject aan vooraf. Na het behalen van het masterdiploma ben je toelaatbaar tot de lerarenopleiding en kun je tot maximaal 30 EC aan vrijstellingen krijgen. Meer informatie hierover vind je in de Onderwijs- en Examenregeling. Specifieke toelatingseisen staan vermeld op opleidingspagina’s van de masteropleidingen.
5) Ik heb een vooropleiding op hbo-niveau. Kan ik dan de Master Leraar VHO volgen?
Nee. Je zult eerst voor het schoolvak dat je wilt gaan geven een masteropleiding moeten volgen om je vakinhoudelijke kennis aan te vullen tot masterniveau (voorheen doctoraaldiploma). Hier gaat vaak nog een premastertraject aan vooraf. Specifieke toelatingseisen staan vermeld op opleidingspagina’s van de masteropleidingen.
6) Kan ik tijdens mijn vakmaster aan de VU de eerstegraads lesbevoegdheid halen?
Bij de masteropleidingen: Biology, Biomedical Sciences*, Drug Discovery and Safety, Chemistry, Earth Sciences, Mathematics, Physics, Medical Natural Sciences bestaat de mogelijkheid tot het volgen van een educatieve variant (E-variant); wat inhoudt dat je binnen het tweejarige mastertraject de eerstegraads lesbevoegdheid haalt.  
*) Deze opleiding valt binnen het domein ‘gezondheidszorg’, waarvoor geldt dat je het instellingstarief zult moeten betalen als je pas na afstuderen nog een eerstegraads bevoegdheid wilt behalen. Overweeg je serieus het onderwijs in te gaan dan is het dus voordeliger om binnen de tweejarige master al voor de E-variant te kiezen.
7) Ik wil de opleiding in deeltijd volgen. Kan dat?
Ja. Net als in het voltijd traject heb je op maandag overdag college. De stage beslaat minimaal 2 dagdelen per week. Omdat i.o.m. de stageschool bekeken zal worden hoe het praktijkdeel op school eruit komt te zien, verwachten wij wel enige flexibiliteit in beschikbaarheid. Je zult in ieder geval binnen twee jaar minimaal 240 klassencontacturen moeten halen. Na aanmelding (en toelating!) wordt gezamenlijk bepaald hoe het studieprogramma over de twee studiejaren verdeeld wordt, waarbij de colleges verdeeld worden over anderhalf jaar. Je betaalt per studiejaar collegegeld. Studeer je uiteindelijk toch eerder af dan kun je het teveel betaalde collegegeld terugvorderen.
8) Kan ik vrijstellingen krijgen?
In bepaalde gevallen kun je (na toelating!) in aanmerking komen voor vrijstellingen. Eerder Verworven Competenties (EVC’s) worden erkend a.h.v. een vaststaande procedure en op basis van een aantal voorwaarden. Ook studenten die een Educatieve minor succesvol hebben afgerond, kunnen in aanmerking komen voor vrijstellingen. Meer informatie hierover vind je in de Onderwijs- en Examenregeling.
9) Hoeveel tijd ben ik kwijt aan de stage?
Voltijdstudenten zijn gemiddeld vier tot vijf dagdelen per week op school. Het praktijkdeel beslaat de helft van de opleiding (incl. voorbereiding dus ongeveer 20 uur per week). In totaal zul je in ieder geval minimaal 240 klassencontacturen moeten halen in één studiejaar. Voor de deeltijdvariant geldt de helft van hetzelfde aantal uren.
10) Kan ik de praktijkstage clusteren?
Nee. Het praktijkdeel is bewust verspreid over de gehele opleiding om kennis en praktijk goed op elkaar te laten aansluiten. Daarnaast is het van groot belang dat je als (aankomend) docent een band opbouwt met de leerlingen en dat je actief deel uitmaakt van het onderwijsteam.
11) Ik heb zelf een stageplek gevonden waar ik het praktijkdeel wil uitvoeren. Mag dat?
De VU werkt samen met vaste opleidingsscholen waar studenten het praktijkdeel uitvoeren. In principe wordt de stageplek dus door de opleiding geregeld. Wil je een eigen stageplek aandragen, neem dan eerst contact op met de stagecoördinator.
12) Ik wil lesgeven/stagelopen in het hbo. Kan dat met deze opleiding?
De overheid heeft geen bevoegdheidseisen voor het hoger onderwijs opgesteld. De eisen waaraan je moet voldoen verschillen per onderwijsinstelling en hangen af van het type werk dat je gaat verrichten. Met een eerstegraads lesbevoegdheid zijn je kansen op een baan als docent op een hbo-instelling echter goed. Stagelopen op een hbo-instelling mag alleen na toestemming van de Examencommissie.
13) Ik wil lesgeven/stagelopen in het mbo. Kan dat met deze opleiding?
Met een eerstegraads lesbevoegdheid mag je lesgeven in het mbo. Stagelopen op een mbo-instelling mag alleen na toestemming van de Examencommissie.
14) Waar vind ik  meer inhoudelijk informatie over het studieprogramma?
Onder het kopje 'Inhoud van de studie' vind je een helder overzicht van het gehele programma. Voor meer inhoudelijke informatie per vak kun je ook de online studiegids raadplegen.
15) Hoeveel collegegeld moet ik betalen?
In principe betaal je voor deze masteropleiding het reguliere tarief. Heb je echter al een graad behaald in het crohodomein gezondheidszorg of heb je al een eerstegraads lerarenopleiding afgerond dan betaal je het verhoogde instellingstarief.
16) Kan ik voor twee vakken tegelijkertijd een lesbevoegdheid halen?
Ja. Je kunt voor twee aanverwante vakken tegelijk ingeschreven staan.
N.B. Een eerstegraads lesbevoegdheid in talen levert wel automatisch een bevoegdheid Culturele en Kunstzinnige Vorming (CKV) op. Afgestudeerden van de vakken aardrijkskunde, biologie, natuurkunde, scheikunde en wiskunde zijn ook bevoegd om het bètakeuzevak NLT (Natuur, Leven en Technologie) te geven.
17) Hoe verloopt de inschrijfprocedure?
De volledige inschrijfprocedure staat op de website.
N.B. Voor zij-instromers geldt een aparte inschrijfprocedure. Hierover ontvang je automatisch bericht als je voor dit traject in aanmerking komt. Studenten die de E-variant doen, schrijven zich niet apart in, maar moeten wel een aantal administratieve zaken regelen. 
18) Wanneer start de opleiding?
De lerarenopleiding start twee keer per jaar; in september (deadline aanmelding: 1 mei) en in februari (deadline aanmelden: 1 november).
19) Wanneer vinden er voorlichtingsactiviteiten plaats?
De actuele data staan vermeld op onze website.
20) Waar vind ik meer algemene informatie over werken in het onderwijs?
Op de website van het Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap vind je meer informatie over ‘werken in het onderwijs’ in Nederland.

Inhoud van de studie

Het studieprogramma van de master lerarenopleiding is opgedeeld in drie fases waarbij in elke fase drie verschillende vakken worden gegeven; didactiek, praktijk en praktijkonderzoek. De opleiding start twee maal per jaar; begin februari en begin september. Colleges en bijeenkomsten vinden altijd plaats op maandag. Op opleidingsscholen kunnen er ook op andere dagen onderwijsactiviteiten zijn. Aan de eerste collegedag gaat een drietal (verplichte) startdagen vooraf.

Didactiek (Didactiek 1, 2 en 3 – totaal 21 EC)
Het vak Didactiek bestaat uit drie onderdelen; algemene didactiek, vakdidactiek en peergroup. Bij dit vak wordt er aandacht besteed aan het functioneren als docent in de bredere zin. Studenten worden voorbereid op het leraarschap in het eigen vakgebied,  maar  ook worden er theorieën verworven over leren en onderwijzen, klassenmanagement en communicatie en kennismaking met relevante inzichten in de ontwikkelings- en adolescentenpsychologie. In de peergroup wisselen studenten ervaringen uit de praktijkstage uit. De lessen didactiek worden in verschillende thema’s (kernpraktijken) gegeven. Elke week staat er een nieuwe kernpraktijk centraal. Omdat didactiek samenloopt met de praktijkstage, wordt de theoretische kernpraktijk gelijk in praktijk gebracht aan de hand van verwerkingsopdrachten. 

Praktijk (Praktijk 1, 2 en 3 – totaal 30 EC)
Tijdens de praktijkstage werken studenten aan het verder ontwikkelen van de kernpraktijken die in het instituutsdeel van Didactiek  aan de orde zijn gekomen. Er wordt een verbinding gemaakt tussen de theorie en praktijk. Op de werkplek wordt de aandacht op dezelfde kernpraktijken gericht als tijdens de instituutsopleiding. Dit betekent dat studenten, samen met hun werkplekbegeleider, gericht werken aan de verschillende thema’s besproken in de colleges van Didactiek.

Praktijkonderzoek (praktijkonderzoek 1 en 2 – totaal 9 EC)
In het vak Praktijkonderzoek wordt er een verdere verdieping van het onderwijs geboden. De docent in opleiding verdiept zich samen met collega’s en de werkplekbegeleider in een probleem in de praktijk. Dit probleem wordt op een empirische manier onderzocht en geanalyseerd. Hierbij krijgt de docent in opleiding handvatten aangereikt om bronnen te zoeken en te beoordelen en een onderzoeksverslag op te stellen en te presenteren.

Internationalisering
Er zijn beperkt mogelijkheden voor internationale uitwisseling, Voor meer informatie hierover kun je contact opnemen met onze contactpersoon internationalisering.

Waarom Leraar VHO studeren aan de VU?


Een stevige vakdidactische basis

In de opleiding besteed je veel aandacht aan vakdidactiek. Je wordt opgeleid tot een professional die op verantwoorde wijze wetenschappelijke (vak)kennis bereikbaar maakt voor leerlingen.

Praktijkgericht
De vakdidactici van de masteropleiding hebben zelf veel ervaring in het lesgeven en zijn ook betrokken bij onderwijsvernieuwingen. Ze hebben aandacht voor jouw persoonlijke wensen en kijken samen met jou naar wat jij nodig hebt om een inspirerende leraar te worden.

Een helder programma gericht op jouw ontwikkeling
De opleiding biedt een helder en samenhangend programma. Je persoonlijke ontwikkeling staat centraal; je houdt een digitaal portfolio bij en bespreekt regelmatig met je medestudenten en met je mentor je (les)ervaringen. Voor wie al meer ervaring heeft als docent zijn er mogelijkheden voor vrijstellingen op basis van eerder verworven competenties (EVC's).

Kleinschalig en persoonlijk
De opleiding is kleinschalig en de lijnen zijn kort. Zo is het direct duidelijk bij wie je moet zijn met vragen. Je krijgt persoonlijke aandacht van je docenten en kunt bij hen terecht voor vragen.  

Waarom een lerarenopleiding volgen aan de VU? Bekijk de 10 pluspunten!

Pasfoto_RebeccaBoerebach_AlmunusOpleiding voor het leven: kwaliteit, persoonlijkheid en gezelligheid

'De docentenopleiding aan de VU biedt niet alleen de kennis en vaardigheden die je nodig hebt als eerstegraads bevoegd docent, maar ook persoonlijke begeleiding, die jou als (toekomstig) docent en individu in staat stelt jezelf te ontwikkelen en te blijven ontwikkelen. Hierdoor geeft de docentenopleiding aan de VU niet alleen verrijking op het gebied van onderwijs, maar ook in andere aspecten van je leven. De opleiding is kleinschalig, wat de kwaliteit, persoonlijkheid en gezelligheid van de opleiding ten goede komt. De opleiders zijn professioneel en betrokken, wat zorgt voor een veilig klimaat, waarin je jezelf optimaal kunt ontplooien. Door de snelle ontwikkeling die je in één jaar doormaakt, is het verstandig je volledige aandacht op de opleiding te richten. En dat is de moeite waard: via de opleiding kom je in aanraking met kwaliteiten, visies, docenten, (vak)collega’s en vrienden waar je de rest van je leven inspiratie uit kunt halen'.

Rebecca Boerebach
Eerstegraads docent biologie, Marecollege Leiden
(Alumnus Master Leraar VHO)


 

 

 

Rollen en competenties

Inspireren om het maximale uit de klas te halen
Als beginnend docent is praktijkervaring cruciaal. In de masteropleiding Leraar voorbereidend hoger onderwijs aan de VU leer je hoe je stevig in je schoenen komt te staan. Leraar word je namelijk niet zomaar. Boeiend en inspirerend onderwijs geven voor verschillende leerlingen moet je leren. Daarom zijn er in deze masteropleiding vijf rollen ontwikkeld.

Professional
In je werk met leerlingen maak je voortdurend keuzes. Moet je reageren of juist niet? Geef je dit voorbeeld of een ander?Een deel van die keuzes kun je voorbereiden, maar vaak reageer je in een split second. Is dat ook de meest effectieve reactie? Wat maakt eigenlijk dat ik op die manier reageer? Zijn er andere mogelijkheden, andere perspectieven? Door regelmatig, samen met anderen, bij dit soort vragen leer je aan de hand van je praktijkervaringen. Daarnaast heb je, zeker als universitair opgeleide leraar een rol in het verder ontwikkelen van het onderwijs. Dat betekent zoeken naar nieuwe inzichten en nieuwe handelingsmogelijkheden, je voeden met wetenschappelijke inzichten en deze toetsen aan je eigen praktijk. Zoeken, onderzoeken en delen vormen de kern van deze rol.

Ontwerper
Het ontwerpen van onderwijs is een dagelijkse bezigheid voor een docent . Het repertoire dat je tot je beschikking hebt om lessen te ontwerpen en weloverwogen keuzes te maken, breid je steeds verder uit, door reflectie op je ervaringen in de praktijk, door kennismaking met theorie en door uitwisseling met collega’s en medestudenten. Terugkerende vragen daarbij zijn: Wat moeten leerlingen weten of kunnen aan het eind van mijn les(sen)? Waar kan ik bij aansluiten? Welke activiteiten kies ik? Hoe weet ik of de doelen uiteindelijk bereikt zijn?

Uitvoerder
Uiteindelijk moet het thuis ontworpen lesplan in de praktijk tot leven komen. Aan de docent de taak de voorwaarden te scheppen waaronder leerlingen kunnen leren. Belangrijke thema’s zijn: contact maken , leiding geven  en het organiseren en begeleiden van het leerproces.  Je wordt je bewust van bepaalde patronen in je communicatie en (h)erkent het effect hiervan op de leerlingen.

Pedagoog
In je rol als pedagoog stimuleer je leerlingen in hun verdere ontwikkeling als persoon, in het werken aan hun identiteit.. In deze rol ben je een voorbeeld voor je leerlingen. Je bent iemand met een eigen identiteit die in de omgang met leerlingen, collega’s en ouders keuzes maakt. Keuzes die gestuurd worden door jouw normen en waarden, jouw opvattingen over wat goed is, wat hoort, wat jij belangrijk vindt. Kennis van jezelf en kennis van de leerling in deze specifieke leeftijdsfase zijn cruciaal om deze rol naar behoren te kunnen vervullen.

Teamlid en collega
Doorgaans staat een leraar alleen voor de klas. Daardoor kan het beroep wel eens een solistisch beroep lijken. Maar binnen de school ben je  ook lid van verschillende teams. Je maakt met je sectie bijvoorbeeld afspraken over het vakonderwijs, je geeft samen met je collega’s invulling aan de pedagogische taak waarvoor de school zich gesteld ziet, je maakt deel uit van een mentorenteam etc.  In deze rol is het belangrijk dat je betrouwbaar, flexibel en communicatief vaardig bent. Dat je de schoolvisie ondersteunt en uitdraagt en je realiseert dat jij naar buiten toe het visitekaartje van de school bent.

Bij elke rol gaat het om het gedrag dat van jou als docent verwacht wordt in een bepaalde situatie. In de rol als ontwerper van onderwijs doe je andere dingen, denk je over andere zaken na dan wanneer je met leerlingen aan het werk bent. Natuurlijk kun je de rollen niet strikt scheiden. Maar het helpt wel om ze te onderscheiden, om zicht te krijgen op de verschillende dingen die een leraar doet en waarover hij na moet denken.
        
Om een rol goed te kunnen vervullen moet een docent over competenties beschikken. Voor het beroep van leraar zijn landelijk  competenties afgesproken. Competenties zijn opgedeeld in kennis, vaardigheden, motivatie en persoonskenmerken. Startbekwaam zijn als docent, het doel van de lerarenopleiding, betekent dat je aantoonbaar over de competenties beschikt en hiermee de vijf rollen in voldoende mate beheerst.

De opleiding kent vier opleidingsroutes:

Regulier (voltijd of deeltijd):
Je volgt het complete programma van 60 EC.
Je kunt de opleiding combineren met een baan in het onderwijs, waarbij (een deel van) je baan als stage geldt. Meestal zal je dan voor de deeltijdvariant moeten kiezen.

Instroom (voltijd of deeltijd):
Als naast je masterdiploma al in het bezit bent van een andere lesbevoegdheid heb je recht op vrijstellingen: 

  • Tweedegraads lesbevoegdheid behaald in HBO in hetzelfde schoolvak: 30 EC aan vrijstellingen
  • Afgeronde educatieve minor / educatieve module in het WO in hetzelfde schoolvak: 27 EC aan vrijstellingen 
  • Eerstegraads lesbevoegdheid behaald in het WO in een ander schoolvak: 41 EC aan vrijstellingen Een andere lesbevoegdheid (tweedegraads lesbevoegdheid in ander schoolvak of lesbevoegdheid voor het Hoger Onderwijs): individueel besluit van de examencommissie. 

Je kunt de opleiding combineren met een baan in het onderwijs, waarbij (een deel van) je baan als stage geldt. Meestal zal je dan voor de deeltijdvariant moeten kiezen.

EVC (voltijd of deeltijd):
Je komt hiervoor in aanmerking als je al minimaal een jaar lang acht uur per week als onbevoegd docent voor de klas staat, of als je minimaal 3 jaar werkervaring hebt die relevant is voor het beroep als docent. Het is mogelijk om voor onderdelen van de opleiding een vrijstelling te krijgen op basis van eerder verworven competenties. Zie verder: Voorwaarden EVC-procedure.

Je kunt de opleiding combineren met een baan in het onderwijs, waarbij (een deel van) je baan als stage geldt. Meestal zal je dan voor de deeltijdvariant moeten kiezen.

Zij-instroom (deeltijd):
Je hebt een afgeronde universitaire studie (doctoraal of master), en je bent als on(der)bevoegd docent aangesteld op een school. Je school kan de subsidie voor zij-instromers aanvragen, waarmee je in de vorm van contractonderwijs je eerstegraads lesbevoegdheid haalt. Het is mogelijk om voor onderdelen van de opleiding een vrijstelling te krijgen op basis van eerder verworven competenties. Zie verder: Opleidingspagina van de ULO voor zij-instromers.

Naast deze vier routes binnen deze master bidt de VU andere trajecten om een eerstegraads of tweedegraads lesbevoegdheid te behalen. Zie het complete overzicht op: www.vu.nl/lerarenopleidingen

VU Matching bij de lerarenopleiding

Het beroep van leraar staat in de belangstelling. Je overweegt om de lerarenopleiding aan de VU te gaan volgen. Maar weet je waar je voor kiest? Heb je een goed beeld van het beroep van leraar in het voortgezet onderwijs? Voldoet onze opleiding aan jouw verwachtingen? En heb jij de juiste kwaliteiten en vaardigheden? Algemene informatie vind je op onze website, uitgebreidere informatie krijg je op de voorlichtingsbijeenkomst en de meeloopdag. Door grondig te checken of jij de juiste keuze maakt, vergroot je de kans om je opleiding succesvol te doorlopen. Daarom hebben wij, samen met een aantal opleidingsscholen, een matching-traject ingesteld.

Voor wie is de matching?
De matching is voor studenten die in stagevariant de opleiding gaan volgen, en geen ervaring hebben in het lesgeven in het voortgezet onderwijs. Studenten met een baan in het voortgezet onderwijs, tweedegraads instromers, zij-instromers en kandidaten die een EVC-assessment hebben gevolgd, evenals studenten die de Educatieve minor succesvol hebben afgerond, worden vrijgesteld van het matchingstraject. Voor de overige studenten is deelname verplicht.

Wat houdt de intake/matching in?

  • Je volgt een startbijeenkomst met informatie, een algemeen didactiekcollege en ontvangt toelichting op de opdrachten op de VU.
  • Je bent één dag op één van onze opleidingsscholen of stagescholen en loopt mee met een bevoegd docent in jouw schoolvak, voert opdrachten uit en hebt een matchingsgesprek met de schoolopleider. De schoolopleider brengt een advies uit aan de VU over de start van de opleiding en de toekenning van de stageplek.
  • Je werkt de opdrachten uit en levert ze tijdig in.
  • Je hebt een intakegesprek op de VU, waarin teruggekeken wordt op jouw ervaringen.
  • Hieruit volgt een persoonlijk advies met eventuele aandachtspunten voor de start van de opleiding.
  • In totaal vraagt het ca. 16 uur tijdsinspanning van studenten.
  • Voor deze pilot zijn er geen kosten aan de matching verbonden.

Wat levert het op?    

  • Je krijgt een goed beeld van jouw startsituatie als docent en van wat je op school en op de opleiding kunt verwachten. 
  • Je hebt al kennisgemaakt met je (waarschijnlijke) stageschool en begeleiders. 
  • Je ontvangt een door VU en opleidingsschool gedeeld advies over je geschiktheid voor de opleiding en het beroep van leraar. Het advies kan zijn om je te bezinnen op de keuze voor het beroep van leraar. Je kunt op basis van de matching overigens niet afgewezen worden voor de opleiding. 
  • Eventuele aandachtspunten zijn al voor de start van de opleiding bekend. Hierdoor kun je een betere start maken en beter begeleid worden door je mentor (op de VU) en door je begeleiders op school.  

Belangrijke data

  • De eerste bijeenkomst op de VU is op dinsdag 22 mei van 9.15-12.15 uur
  • Daarna kunnen de studenten in de periode van woensdag 23 mei tot en met vrijdag 15 juni een dag meelopen op school
  • De deadline voor het uitwerken van de opdrachten is maandag 18 juni 17.00 uur
  • De matchingsgesprekken zijn op maandag 25 juni of dinsdag 26 juni.

Vragen

Veelgestelde vragen

1) Ben ik (direct) toelaatbaar?
Specifieke toelatingseisen per schoolvak vind je onder het kopje ‘schoolvakken’.
In de toelatingsprocedure voor studenten die niet direct toelaatbaar zijn, maar die wel beschikken over een afgeronde WO-master in een verwante discipline, kan de omvang van een eventueel applicatieprogramma worden vastgesteld. Dit doet de toelatingscommissie door vergelijking van het gevolgde studieprogramma met de domeinen uit het landelijke vakinhoudelijk referentiekader (deze staan vermeld op de schoolvakken pagina's onder het kopje 'toelatingseisen'). Indien je vooropleiding vakinhoudelijk overeenkomt, kun je je vooraanmelden via Studielink en ontvang je vanzelf bericht van de toelatingscommissie over je toelaatbaarheid (en eventueel weg te werken deficiënties).
2) Ik wil overstappen naar het onderwijs. Is deze master de juiste keuze voor mij?
Dat ligt aan de vooropleiding die je hebt (zie vraag 1). Onze lerarenopleiding kent meerdere opleidingsroutes. Twijfel je nog of het leraarschap iets voor je is dan raden wij je aan contact op te nemen met je oude school (of een school die je kent) om te vragen of je een dag mee mag lopen. Kom je in aanmerking voor het zij-instroomtraject dan heb je (voor bepaalde vakken) ook de mogelijkheid een oriëntatiecursus te volgen bij Het Schoolbureau.
3) Kan ik zij-instromer worden?
Indien je een afgeronde universitaire studie (doctoraal of master) hebt en al bent aangesteld als onbevoegd docent op een school, of binnenkort een aanstelling op een school kunt krijgen dan kun je in aanmerking komen voor een zij-instroomtraject als je aan de voorwaarden voldoet.
4) Ik heb al een tweedegraads lesbevoegdheid. Kan ik deze masteropleiding volgen?
Wil je voor hetzelfde vak een eerstegraads bevoegdheid halen, dan moet je eerst bij de faculteit waar dit schoolvak is ondergebracht een masteropleiding volgen om je vakinhoudelijke kennis aan te vullen tot masterniveau (voorheen doctoraaldiploma). Hier gaat nog een premastertraject aan vooraf. Na het behalen van het masterdiploma ben je toelaatbaar tot de lerarenopleiding en kun je tot maximaal 30 EC aan vrijstellingen krijgen. Meer informatie hierover vind je in de Onderwijs- en Examenregeling. Specifieke toelatingseisen staan vermeld op opleidingspagina’s van de masteropleidingen.
5) Ik heb een vooropleiding op hbo-niveau. Kan ik dan de Master Leraar VHO volgen?
Nee. Je zult eerst voor het schoolvak dat je wilt gaan geven een masteropleiding moeten volgen om je vakinhoudelijke kennis aan te vullen tot masterniveau (voorheen doctoraaldiploma). Hier gaat vaak nog een premastertraject aan vooraf. Specifieke toelatingseisen staan vermeld op opleidingspagina’s van de masteropleidingen.
6) Kan ik tijdens mijn vakmaster aan de VU de eerstegraads lesbevoegdheid halen?
Bij de masteropleidingen: Biology, Biomedical Sciences*, Drug Discovery and Safety, Chemistry, Earth Sciences, Mathematics, Physics, Medical Natural Sciences bestaat de mogelijkheid tot het volgen van een educatieve variant (E-variant); wat inhoudt dat je binnen het tweejarige mastertraject de eerstegraads lesbevoegdheid haalt.  
*) Deze opleiding valt binnen het domein ‘gezondheidszorg’, waarvoor geldt dat je het instellingstarief zult moeten betalen als je pas na afstuderen nog een eerstegraads bevoegdheid wilt behalen. Overweeg je serieus het onderwijs in te gaan dan is het dus voordeliger om binnen de tweejarige master al voor de E-variant te kiezen.
7) Ik wil de opleiding in deeltijd volgen. Kan dat?
Ja. Net als in het voltijd traject heb je op maandag overdag college. De stage beslaat minimaal 2 dagdelen per week. Omdat i.o.m. de stageschool bekeken zal worden hoe het praktijkdeel op school eruit komt te zien, verwachten wij wel enige flexibiliteit in beschikbaarheid. Je zult in ieder geval binnen twee jaar minimaal 240 klassencontacturen moeten halen. Na aanmelding (en toelating!) wordt gezamenlijk bepaald hoe het studieprogramma over de twee studiejaren verdeeld wordt, waarbij de colleges verdeeld worden over anderhalf jaar. Je betaalt per studiejaar collegegeld. Studeer je uiteindelijk toch eerder af dan kun je het teveel betaalde collegegeld terugvorderen.
8) Kan ik vrijstellingen krijgen?
In bepaalde gevallen kun je (na toelating!) in aanmerking komen voor vrijstellingen. Eerder Verworven Competenties (EVC’s) worden erkend a.h.v. een vaststaande procedure en op basis van een aantal voorwaarden. Ook studenten die een Educatieve minor succesvol hebben afgerond, kunnen in aanmerking komen voor vrijstellingen. Meer informatie hierover vind je in de Onderwijs- en Examenregeling.
9) Hoeveel tijd ben ik kwijt aan de stage?
Voltijdstudenten zijn gemiddeld vier tot vijf dagdelen per week op school. Het praktijkdeel beslaat de helft van de opleiding (incl. voorbereiding dus ongeveer 20 uur per week). In totaal zul je in ieder geval minimaal 240 klassencontacturen moeten halen in één studiejaar. Voor de deeltijdvariant geldt de helft van hetzelfde aantal uren.
10) Kan ik de praktijkstage clusteren?
Nee. Het praktijkdeel is bewust verspreid over de gehele opleiding om kennis en praktijk goed op elkaar te laten aansluiten. Daarnaast is het van groot belang dat je als (aankomend) docent een band opbouwt met de leerlingen en dat je actief deel uitmaakt van het onderwijsteam.
11) Ik heb zelf een stageplek gevonden waar ik het praktijkdeel wil uitvoeren. Mag dat?
De VU werkt samen met vaste opleidingsscholen waar studenten het praktijkdeel uitvoeren. In principe wordt de stageplek dus door de opleiding geregeld. Wil je een eigen stageplek aandragen, neem dan eerst contact op met de stagecoördinator.
12) Ik wil lesgeven/stagelopen in het hbo. Kan dat met deze opleiding?
De overheid heeft geen bevoegdheidseisen voor het hoger onderwijs opgesteld. De eisen waaraan je moet voldoen verschillen per onderwijsinstelling en hangen af van het type werk dat je gaat verrichten. Met een eerstegraads lesbevoegdheid zijn je kansen op een baan als docent op een hbo-instelling echter goed. Stagelopen op een hbo-instelling mag alleen na toestemming van de Examencommissie.
13) Ik wil lesgeven/stagelopen in het mbo. Kan dat met deze opleiding?
Met een eerstegraads lesbevoegdheid mag je lesgeven in het mbo. Stagelopen op een mbo-instelling mag alleen na toestemming van de Examencommissie.
14) Waar vind ik  meer inhoudelijk informatie over het studieprogramma?
Onder het kopje 'Inhoud van de studie' vind je een helder overzicht van het gehele programma. Voor meer inhoudelijke informatie per vak kun je ook de online studiegids raadplegen.
15) Hoeveel collegegeld moet ik betalen?
In principe betaal je voor deze masteropleiding het reguliere tarief. Heb je echter al een graad behaald in het crohodomein gezondheidszorg of heb je al een eerstegraads lerarenopleiding afgerond dan betaal je het verhoogde instellingstarief.
16) Kan ik voor twee vakken tegelijkertijd een lesbevoegdheid halen?
Ja. Je kunt voor twee aanverwante vakken tegelijk ingeschreven staan.
N.B. Een eerstegraads lesbevoegdheid in talen levert wel automatisch een bevoegdheid Culturele en Kunstzinnige Vorming (CKV) op. Afgestudeerden van de vakken aardrijkskunde, biologie, natuurkunde, scheikunde en wiskunde zijn ook bevoegd om het bètakeuzevak NLT (Natuur, Leven en Technologie) te geven.
17) Hoe verloopt de inschrijfprocedure?
De volledige inschrijfprocedure staat op de website.
N.B. Voor zij-instromers geldt een aparte inschrijfprocedure. Hierover ontvang je automatisch bericht als je voor dit traject in aanmerking komt. Studenten die de E-variant doen, schrijven zich niet apart in, maar moeten wel een aantal administratieve zaken regelen. 
18) Wanneer start de opleiding?
De lerarenopleiding start twee keer per jaar; in september (deadline aanmelding: 1 mei) en in februari (deadline aanmelden: 1 november).
19) Wanneer vinden er voorlichtingsactiviteiten plaats?
De actuele data staan vermeld op onze website.
20) Waar vind ik meer algemene informatie over werken in het onderwijs?
Op de website van het Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap vind je meer informatie over ‘werken in het onderwijs’ in Nederland.

Toelating en aanmelden

Toelatingseisen
Om tot de opleiding toegelaten te kunnen worden, moet je aan de volgende criteria voldoen:

  • Je bent in het bezit van een WO-masterdiploma (of doctoraaldiploma).
  • Binnen het totale opleidingstraject (inclusief bachelor) is aantoonbaar voldoende vakinhoudelijke kennis opgedaan conform de landelijke vakinhoudelijke toelatingscriteria.
De toelatingscommissie beoordeelt of aan deze criteria is voldaan. 

Kijk onder het kopje ‘schoolvakken’ voor specifieke informatie over de toelatingseisen per schoolvak. Plaatsing voor de opleiding is afhankelijk van de beschikbaarheid van stageplaatsen. Bij grote belangstelling voor een opleiding kan daarom selectie gelden. De afgelopen drie startmomenten is dit niet nodig geweest.

Tijdig aanmelden en toekenning stageplek 
Stages voor de lerarenopleiding worden geregeld door de VU. Voor sommige schoolvakken geldt dat het aantal opleidingsplaatsen beperkt is omdat er onvoldoende kwalitatief goede stageplaatsen voorhanden zijn. Als er teveel aanmeldingen binnenkomen voor het reguliere traject (stage-variant) in deze schoolvakken, ontvangen de betreffende studenten bericht over de selectieprocedure. De afgelopen drie startmomenten is dit niet nodig geweest. Verder is er voor studenten die in stage-variant de opleiding gaan volgen een matchingstraject. Meer hierover vind je onder VU Matching. Studenten die zich na 1 november 2017 aanmelden en beroep doen via de hardheidsclausule kunnen alleen geplaatst worden indien er stageplaatsen beschikbaar zijn en zij aannemelijk hebben kunnen maken waarom zij zich niet voor 1 november 2017 hebben kunnen aanmelden.

Vrijstelling 
Het is mogelijk om voor onderdelen van de opleiding een vrijstelling te krijgen op basis van eerder verworven competenties (EVC's).  

Kosten en studiefinanciering 
Collegegelden worden per jaar vastgesteld.  
Wie voldoet aan de daarvoor geldende regels, komt in aanmerking voor studiefinanciering. Er zijn verschillende financiële tegemoetkomingsregelen voor leraren. Meer informatie hierover kun je vinden op de website van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO).

Start van het studieprogramma 
De Master Leraar VHO start twee keer per jaar: in september (deadline aanmelden: 1 mei) en in februari (deadline aanmelden: 1 november).

Startdagen
In de eerste onderwijsweek vindt onderwijs plaats op:

  • Maandag 27 augustus 2018
  • Donderdag 30 augustus 2018
  • Vrijdag 31 augustus 2018
Deelname aan deze startdagen is verplicht. 

Inschrijven 
Voordat je je inschrijft, raden wij je aan de volledige inschrijfprocedure aandachtig door te lezen. Zij-instromers schrijven zich niet als student in.

Contact
Heb je vragen?

E: lerarenopleidingen@vu.nl
T: 020-5989210
Telefonisch spreekuur: maandag & donderdag 10-12u

Contact en open dagen

Heb je vragen?
E: lerarenopleidingen@vu.nl
T: 020-5989210
Telefonisch spreekuur: maandag & donderdag 10-12u

Vakdidactici
Voor vakinhoudelijke vragen kun je contact opnemen met de vakdidacticus: 

SchoolvakVakdidacticus
Duitsdrs. Sebastiaan Dönszelmann  
s.donszelmann@vu.nl 
Engelsdr. Anna Kaal 
a.a.kaal@vu.nl  
Fransdrs. Sebastiaan Dönszelmann 
s.donszelmann@vu.nl 
Griekse en Latijnse Taal en Cultuur
drs. Kokkie van Oeveren 
c.d.p.van.oeveren@vu.nl
Latijnse Taal en Cultuur
drs. Kokkie van Oeveren 
c.d.p.van.oeveren@vu.nl
Nederlandsdrs. Yke Meindersma  
y.g.meindersma@vu.nl

drs. Wim Maas
w.maas@vu.nl

Voorlichtingsbijeenkomsten Lerarenopleidingen

  • Najaar 2018

Meelopen met een student
Wil je meer weten over de lerarenopleiding? Ga dan met een student mee naar college.
Aanmelden: studiekeuze.fgb@vu.nl

VU Masteravond

  • Dinsdag 4 december 2018

Meer informatie en aanmelden