Leraar VHO in de Mens- en Maatschappijwetenschappen

Word een vakspecialist

Sta jij over een jaar voor de klas?

Denk je nog wel eens terug aan de spannende verhalen van je geschiedenisdocent op de middelbare school? Of juist aan je aardrijkskundelerares die de lesstof altijd zo slecht presenteerde? Waarom boeide de ene docent wel, terwijl de andere alle aandacht leek te verliezen? Graag leiden wij je op tot een succesvolle en inspirerende eerstegraads bevoegd docent in: 

  • Algemene economie
  • Management en organisatie (bedrijfseconomie)
  • Geschiedenis
  • Aardrijkskunde
  • Maatschappijleer
  • Godsdienst/levensbeschouwing

Ben jij een docent met talent?

Heb jij hart voor het onderwijs en vind je het een uitdaging om je kennis en vaardigheden over te dragen op jonge mensen? Kies dan na je afgeronde universitaire masteropleiding voor de Master Leraar Voorbereidend Hoger Onderwijs. Na 1 jaar mag je dan al als bevoegd docent in het voortgezet onderwijs aan de slag. Zo laat je direct zien dat jij die enthousiaste docent bent, waar iedere leerling later nog aan terugdenkt. Je volgt de opleiding in de specialisatie Aardrijkskunde, Algemene Economie, Geschiedenis en staatsinrichting, Godsdienst en levensbeschouwing, Maatschappijleer en maatschappijwetenschappen of Management en Organisatie.

Ander schoolvak? Kijk bij de lerarenopleiding in de bètawetenschappen en lerarenopleiding in de taal- en cultuurvakken. 

Wil je al tijdens of direct na je bachelor van start met de lerarenopleiding? Kijk dan bij www.vu.nl/lerarenopleidingen

Overview Leraar VHO Mens- en Maatschappijwetenschappen

Taal

Dutch

Duur

1 jaar

Aanmelden Voor

1 mei (start september) of 1 november (start februari)

StartDatum

1 februari en 1 september

Vorm

Part-time, Full-time

Interessegebied

Economics, Business and Law
Art, Culture and History
Natural Sciences
Religion

Schoolvakken

De economische vakken zijn met name bovenbouwvakken. In de onderbouw wordt in jaar 2 of jaar 3 door de meeste scholen een combinatievak van algemene economie en management en organisatie aangeboden onder de naam economie. Dit ‘kleine’ vak is er op gericht leerlingen die economische kennis bij te brengen, die ze zelf later nodig hebben om zich te kunnen redden in de maatschappij.

In de bovenbouw havo/vwo is het examenprogramma algemene economie er op gericht leerlingen met een economische bril naar de maatschappij te laten kijken. Maatschappelijk economische verschijnselen leren begrijpen, vereist echter kennis, inzicht en vaardigheden die de leerling eerst aangeleerd zal moeten krijgen. In de les worden daarom veelal concrete maatschappelijke vraagstukken behandeld en leren leerlingen hun nieuw verworven kennis en vaardigheden hierop toe te passen.

Vakdidactische bijzonderheden
De lerarenopleiding is bovenal bedoeld voor iedereen die graag een bijdrage wil leveren aan de ontwikkeling van leerlingen. Je leert hen vanuit economisch perspectief naar bepaalde onderwerpen kijken en brengt hen kennis, inzicht en vaardigheden bij die ze later weer op andere situaties kunnen toepassen. Leerlingen aansporen actief met de verworven lesstof aan de slag te gaan, vraag een didactische aanpak die uitgaat van het eigen ontwikkelingsvermogen van leerlingen.

NB.: De universitaire lerarenopleiding onderhoudt goede banden met het werkveld, waardoor onze docenten altijd toegang hebben tot de nieuwste informatie uit het vakgebied. Hans Goudsmit, vakdidacticus economie en management & organisatie, is projectleider van het Landelijk expertisecentrum Economie en Handel.

Verdieping
De student zal tijdens de opleiding bepaalde onderdelen van de (vak)didactiek verder uitdiepen. Deze verdieping bestaat uit een theoretisch gedeelte (bestuderen van literatuur) en een praktisch gedeelte (toepassing in de les).

Toelatingseisen

Direct toelaatbaar 
Met een bachelor en master algemene economie heb je direct toegang tot de universitaire lerarenopleiding algemene economie.  

Aanverwante vooropleiding 
In de toelatingsprocedure voor studenten die niet direct toelaatbaar zijn, maar die wel beschikken over een afgeronde WO-master in een verwante discipline, kan de omvang van een eventueel applicatieprogramma worden vastgesteld. Dit doet de toelatingscommissie door vergelijking van het gevolgde studieprogramma met de domeinen uit het landelijke vakinhoudelijk referentiekader. Indien je vooropleiding vakinhoudelijk overeenkomt, kun je je vooraanmelden via Studielink en ontvang je vanzelf bericht van de toelatingscommissie over je toelaatbaarheid (en eventueel weg te werken deficiënties).  

Tweedegraads bevoegdheid 
Heb je een tweedegraads lesbevoegdheid algemene economie, en wil je nu een eerstegraads lesbevoegdheid halen, dan moet je eerst bij de Faculteit School of Business and Economics een masteropleiding in de Economie volgen om je vakinhoudelijke kennis aan te vullen tot masterniveau. Hier gaat nog een premastertraject aan vooraf. Hoe lang je totaal aan dit traject bezig bent hangt vooral af van de vakinhoud van de gevolgde hbo-opleiding. Reken op een programma van minimaal 1,5 jaar (voltijds)studie. Na het behalen van het masterdiploma ben je toelaatbaar tot de universitaire lerarenopleiding voor Algemene Economie en krijg je vrijstellingen voor de helft van de opleiding. Voor specifieke informatie over je toelaatbaarheid tot de (pre)masteropleiding kun je direct contact opnemen met een studieadviseur van de School of Business and Economics. Vermeld daarbij dat het gaat om een traject om de eerstegraads lesbevoegdheid Algemene Economie te halen, zodat de benodigde vakken in je (pre)master zijn opgenomen.

Alternatieve route is de master Educatie in de mens- en maatschappijwetenschappen (2 jaar).

Beroepsperspectief
Als docent algemene economie zijn je vooruitzichten op een baan goed.

De economische vakken zijn met name bovenbouwvakken. In de onderbouw wordt in jaar 2 of jaar 3 door de meeste scholen een combinatievak van algemene economie en management en organisatie aangeboden onder de naam economie. Dit ‘kleine’ vak is er op gericht leerlingen die economische kennis bij te brengen, die ze zelf later nodig hebben om zich te kunnen redden in de maatschappij.

In de bovenbouw havo/vwo wordt bij ‘management en organisatie’ (M&O) leerlingen gevraagd om op de stoel van de manager (van een fictief bedrijf) te gaan zitten en allerlei beslissingen te nemen die van belang zijn voor het voortbestaan van het bedrijf. Hierbij wordt vooral aandacht besteed aan het interpreteren van cijfermatige gegevens.

Vakdidactische bijzonderheden
De lerarenopleiding is bovenal bedoeld voor iedereen die graag een bijdrage wil leveren aan de ontwikkeling van leerlingen. Je leert hen vanuit economisch perspectief naar bepaalde onderwerpen kijken en brengt hen kennis, inzicht en vaardigheden bij die ze later weer op andere situaties kunnen toepassen. Leerlingen aansporen actief met de verworven lesstof aan de slag te gaan, vraag een didactische aanpak die uitgaat van het eigen ontwikkelingsvermogen van leerlingen.

NB.: De universitaire lerarenopleiding onderhoudt goede banden met het werkveld, waardoor onze docenten altijd toegang hebben tot de nieuwste informatie uit het vakgebied. Hans Goudsmit, vakdidacticus economie en management & organisatie, is projectleider van het Landelijk expertisecentrum Economie en Handel.

Verdieping
De student zal tijdens de opleiding bepaalde onderdelen van de (vak)didactiek verder uitdiepen. Deze verdieping bestaat uit een theoretisch gedeelte (bestuderen van literatuur) en een praktisch gedeelte (toepassing in de les).

Toelatingseisen

Direct toelaatbaar 
Met een bachelor en master bedrijfseconomie heb je direct toegang tot de universitaire lerarenopleiding M&O.  

Aanverwante vooropleiding 
In de toelatingsprocedure voor studenten die niet direct toelaatbaar zijn, maar die wel beschikken over een afgeronde WO-master in een verwante discipline, kan de omvang van een eventueel applicatieprogramma worden vastgesteld. Dit doet de toelatingscommissie door vergelijking van het gevolgde studieprogramma met de domeinen uit het landelijke vakinhoudelijk referentiekader. Indien je vooropleiding vakinhoudelijk overeenkomt, kun je je vooraanmelden via Studielink en ontvang je vanzelf bericht van de toelatingscommissie over je toelaatbaarheid (en eventueel weg te werken deficiënties). 

Tweedegraads bevoegdheid 
Heb je een tweedegraads lesbevoegdheid M&O of bedrijfseconomie, en wil je nu een eerstegraads lesbevoegdheid halen, dan moet je eerst bij de Faculteit School of Business and Economics een masteropleiding in de Bedrijfseconomie volgen om je vakinhoudelijke kennis aan te vullen tot masterniveau. Hier gaat nog een premastertraject aan vooraf. Hoe lang je totaal aan dit traject bezig bent hangt vooral af van de vakinhoud van de gevolgde hbo-opleiding. Reken op een programma van minimaal 1,5 jaar (voltijds)studie. Na het behalen van het masterdiploma ben je toelaatbaar tot de universitaire lerarenopleiding voor M&O en krijg je vrijstellingen voor de helft van de opleiding. Voor specifieke informatie over je toelaatbaarheid tot de (pre)masteropleiding kun je direct contact opnemen met een studieadviseur van de School of Business and Economics. Vermeld daarbij dat het gaat om een traject om de eerstegraads lesbevoegdheid M&O te halen, zodat de benodigde vakken in je (pre)master zijn opgenomen.

Alternatieve route is de master Educatie in de mens- en maatschappijwetenschappen (2 jaar).

Beroepsperspectief
Er is bij M&O geen groot tekort aan eerstegraads bevoegd docenten, maar nog steeds vinden de meeste mensen met een M&O-bevoegdheid binnen een jaar een baan.

In de onderbouw is het vak geschiedenis een verplicht vak. In de bovenbouw havo/vwo is het vak in het profiel ‘Cultuur en Maatschappij’ en ‘Economie en Maatschappij’ verplicht. In de andere profielen kan het als keuzevak worden opgenomen. Het schoolvak geschiedenis is volop in discussie en beweging. Zo wordt er in binnen het geschiedenisonderwijs, in zowel onder- als bovenbouw,  gewerkt met de tien tijdvakken van de commissie De Rooy. Ook is er met ingang van 2015  een nieuw examenprogramma en speelt de canon van Van Oostrom, met de vijftig vensters een rol  in de onderbouw. Belangrijke doelen zijn het  bijbrengen van historisch besef en historisch redeneren. Daarbij spelen oriëntatiekennis, chronologie en de vakspecifieke vaardigheden een belangrijke rol.

Vakdidactische bijzonderheden
Tijdens de lerarenopleiding leer je hoe je vanuit je eigen (wetenschappelijke) historische kennis en vaardigheden een didactische vertaalslag kunt maken naar leerlingen in de leeftijd van 12-18 jaar. Je leert hen hoe zij kritisch kunnen omgaan met tekst- en beeldbronnen, historische interpretatie en historisch redeneren. Ook besteden we in de opleiding aandacht aan het fenomeen ‘verhalen vertellen’ en het werken met  verschillende werkvormen vanuit “Actief Historisch denken”.

Verdieping
Verdieping in vakdidactiek of Burgerschapskunde.

Toelatingseisen

Direct toelaatbaar 
Met een bachelor en master geschiedenis heb je direct toegang tot de universitaire lerarenopleiding geschiedenis. 

Aanverwante vooropleiding 
In de toelatingsprocedure voor studenten die niet direct toelaatbaar zijn, maar die wel beschikken over een afgeronde WO-master in een verwante discipline, kan de omvang van een eventueel applicatieprogramma worden vastgesteld. Dit doet de toelatingscommissie door vergelijking van het gevolgde studieprogramma met de domeinen uit het landelijke vakinhoudelijk referentiekader. Indien je vooropleiding vakinhoudelijk overeenkomt, kun je je vooraanmelden via Studielink en ontvang je vanzelf bericht van de toelatingscommissie over je toelaatbaarheid (en eventueel weg te werken deficiënties). 

Tweedegraads bevoegdheid 
Heb je een tweedegraads lesbevoegdheid Geschiedenis, en wil je nu een eerstegraads lesbevoegdheid halen, dan moet je eerst bij de Faculteit der Geesteswetenschappen een masteropleiding in de Geschiedenis volgen om je vakinhoudelijke kennis aan te vullen tot masterniveau. Hier gaat nog een premastertraject aan vooraf. Hoe lang je totaal aan dit traject bezig bent hangt vooral af van de vakinhoud van de gevolgde hbo-opleiding. Reken op een programma van minimaal 1,5 jaar (voltijds)studie. Na het behalen van het masterdiploma ben je toelaatbaar tot de universitaire lerarenopleiding Geschiedenis en krijg je vrijstellingen voor de helft van de opleiding. Voor specifieke informatie over je toelaatbaarheid tot de (pre)masteropleiding kun je direct contact opnemen met een studieadviseur van de Faculteit der Geesteswetenschappen. Vermeld daarbij dat het gaat om een traject om de eerstegraads lesbevoegdheid te halen, zodat er de benodigde vakken in je (pre)master zijn opgenomen.

Alternatieve route is de master Educatie in de mens- en maatschappijwetenschappen (2 jaar).

Beroepsperspectief
Geschiedenis is (nog) geen vak waarbij een tekort is op de arbeidsmarkt. Toch zijn de vooruitzichten op een baan in het onderwijs redelijk goed voor docenten geschiedenis met een eerstegraads lesbevoegdheid.

Aardrijkskunde is een populair keuzevak in de bovenbouw havo/vwo. Vooral bij de profielen ‘Cultuur en Maatschappij’ en ‘Economie en Maatschappij’.

Vakdidactische bijzonderheden
Als docent aardrijkskunde leer je leerlingen kritisch te kijken naar hun eigen leefomgeving  en ze meer te laten zien dan hen in eerste instantie opvalt. Je leert ze de ‘geografische bril’ opzetten: ‘Wat zie ik eigenlijk allemaal? Waar zie ik het? Waarom ziet ik dit hier? Is dit elders ook zo? Wat vind ik ervan?’. Leerlingen bouwen aan zicht op en begrip van de sociaal geografische wereld en de fysisch geografische aarde. De raakvlakken hiertussen, de wederzijdse invloed tussen mens en aarde, komt hierbij uitgebreid aan bod. Een belangrijk onderdeel van leren van aardrijkskunde is het leren omgaan met bronnen als kaarten, foto’s en artikelen. 

Verdieping
Een bijzonder onderdeel is het 3-daags veldwerk in Orvelte in het voorjaar.  Je leert hier wat veldwerk inhoudt en hoe je dit kunt organiseren voor leerlingen. Dit onderdeel voer je uit in samenwerking met eerstegraads docenten-in-opleiding aardrijkskunde van andere universiteiten in Nederland.

Toelatingseisen

Direct toelaatbaar
Met een relevante bachelor en een master fysische- of sociale geografie heb je toegang tot de universitaire lerarenopleiding aardrijkskunde wanneer je in je studie tenminste 22,5 ECTS in de ‘andere’ discipline hebt gevolgd. Sociaal geografen moeten dus 22,5 ECTS fysische geografie gevolgd hebben, en fysisch geografen 22,5 ECTS sociale geografie. 

Aanverwante vooropleiding
In de toelatingsprocedure voor studenten die niet direct toelaatbaar zijn, maar die wel beschikken over een afgeronde WO-master in een verwante discipline, kan de omvang van een eventueel applicatieprogramma worden vastgesteld. Dit doet de toelatingscommissie door vergelijking van het gevolgde studieprogramma met de domeinen uit het landelijke vakinhoudelijk referentiekader. Indien je vooropleiding vakinhoudelijk overeenkomt, kun je je vooraanmelden via Studielink en ontvang je vanzelf bericht van de toelatingscommissie over je toelaatbaarheid (en eventueel weg te werken deficiënties).

E-variant
Na een academische bacheloropleiding geografie kun je er ook voor kiezen de universitaire lerarenopleiding te volgen als onderdeel van een tweejarige educatieve masteropleiding. Dit wordt de educatievariant, ofwel E-variant, genoemd. Je volgt in dit geval één jaar binnen de faculteit mastervakken en doet aansluitend één jaar de eerstegraads lerarenopleiding. Meer informatie hierover is verkrijgbaar via lerarenopleidingen@vu.nl.

Tweedegraads bevoegdheid
Heb je een tweedegraads lesbevoegdheid Aardrijkskunde, en wil je nu een eerstegraads lesbevoegdheid halen, dan kun je kiezen voor de Educatievariant van de tweejarige Master M Earth Sciences. Deze master leidt je in twee jaar op tot én vakspecialist én eerstegraads leraar Aardrijkskunde. Hier gaat nog een premastertraject aan vooraf. Hoe lang je totaal aan dit traject bezig bent hangt vooral af van de vakinhoud van de gevolgde hbo-opleiding. Reken op een programma van minimaal 2 jaar (voltijds)studie. Vermeld daarbij dat het gaat om een traject om de eerstegraads lesbevoegdheid te halen, zodat er ook voldoende sociaalgeografische vakken in je (pre)master zijn opgenomen.

Beroepsperspectief
Als docent aardrijkskunde zijn je vooruitzichten op een baan goed.
NB.: als afgestudeerde van de Leraar VHO Aardrijkskunde ben je ook bevoegd om het bètakeuzevak NLT (Natuur, Leven en Technologie) te geven.

Het schoolvak maatschappijleer maakt deel uit van het gemeenschappelijke deel in havo en vwo en daarmee van het schoolexamen en is dus verplicht voor alle leerlingen. Het schoolvak maatschappijwetenschappen is een keuzeprofielvak in het profiel Cultuur en Maatschappij (C&M) en Economie en Maatschappij (E&M) en een keuzevak in het vrije deel. Het vak maatschappijwetenschappen wordt aangeboden op ongeveer 35% van de scholen voor voortgezet onderwijs, waarbij elk jaar een lichte groei van dat percentage te zien is.

Op dit moment wordt het examenprogramma van het vak maatschappijwetenschappen herzien. Er ligt inmiddels een nieuwe versie van de eindtermen waarbij de nadruk ligt op het analyseren en begrijpen van de maatschappelijke werkelijkheid aan de hand van sociologische en politicologische concepten.  Tevens is er een syllabus met de examenstof ontwikkeld door de SLO en zijn er voor alle onderwerpen proeflessen ontwikkeld. Dit materiaal wordt uitgetest op proefscholen en vanaf 2014 worden op de proefscholen de eerste examens in de nieuwe opzet afgenomen. Daarna volgen de andere scholen.

Vakdidactische bijzonderheden
Beide vakken, maatschappijwetenschappen en maatschappijleer, bestrijken de volle breedte van de sociale wetenschappen; met als kern politicologie, sociologie, beleidswetenschap en bestuurskunde. Verder bevatten de vakken elementen uit de culturele antropologie, de sociale psychologie en rechtsgeleerdheid. In de didactiek van deze schoolvakken staat de selectie en structurering van de leerstof uit deze verschillende wetenschappen centraal. Ook wordt aandacht besteed aan het ontwerpen van de juiste methodieken die aansluiten bij de gewenste leerprocessen. Hiervoor zal een analyse gemaakt moeten worden van de kennis die leerlingen van het vakgebied hebben: een onderzoek naar de politieke socialisatie. Theorie én methodiek moeten immers aansluiten bij de doelgroep: doorgaans 15-, 16- en 17-jarige havo- en vwo-leerlingen. Uiteindelijk zal dit resulteren in de vaststelling  en uitvoering van eindtermen, curricula en lessen.

Toelatingseisen

Direct toelaatbaar 
Met een bachelor- en masterdiploma politicologie, sociologie, bestuurskunde of algemene sociale wetenschappen heb je direct toegang tot de universitaire lerarenopleiding maatschappijleer/maatschappijwetenschappen. In aanvulling hierop geldt voor studenten van VU/FSW: één van de vijf bachelors FSW (B&O, CAO, CW, POL en SOC) in combinatie met één van de masters FSW, maar niet de master CW, geeft eveneens direct toegang tot de universitaire lerarenopleiding maatschappijleer/maatschappijwetenschappen.

Aanverwante vooropleiding 
In de toelatingsprocedure voor studenten die niet direct toelaatbaar zijn, maar die wel beschikken over een afgeronde WO-master in een verwante discipline, kan de omvang van een eventueel applicatieprogramma worden vastgesteld. Dit doet de toelatingscommissie door vergelijking van het gevolgde studieprogramma met de domeinen uit het landelijke vakinhoudelijk referentiekader. Indien je vooropleiding vakinhoudelijk overeenkomt, kun je je vooraanmelden via Studielink en ontvang je vanzelf bericht van de toelatingscommissie over je toelaatbaarheid (en eventueel weg te werken deficiënties).  

Tweedegraads bevoegdheid
Heb je een tweedegraads lesbevoegdheid Maatschappijleer, en wil je nu een eerstegraads lesbevoegdheid halen, dan moet je eerst bij de Faculteit der Sociale Wetenschappen een masteropleiding in de sociale wetenschappen volgen om je vakinhoudelijke kennis aan te vullen tot masterniveau. Hier gaat nog een premastertraject aan vooraf. Hoe lang je totaal aan dit traject bezig bent hangt vooral af van de vakinhoud van de gevolgde hbo-opleiding. Reken op een programma van minimaal 1,5 jaar (voltijds)studie. Na het behalen van het masterdiploma ben je toelaatbaar tot de universitaire lerarenopleiding Maatschappijleer/maatschappijwetenschappen en krijg je vrijstellingen voor de helft van de opleiding. Voor specifieke informatie over je toelaatbaarheid tot de (pre)masteropleiding kun je direct contact opnemen met toelating.fsw@vu.nl. Vermeld daarbij dat het gaat om een traject om de eerstegraads lesbevoegdheid te halen, zodat er de benodigde vakken uit de verschillende domeinen in je (pre)master zijn opgenomen. Alternatieve route is de master Educatie in de mens- en maatschappijwetenschappen (2 jaar).

Beperkt aantal stageplaatsen 
Stages voor de lerarenopleiding worden geregeld door de VU. Als er teveel aanmeldingen binnenkomen voor het reguliere traject (stage-variant) in deze schoolvakken, ontvangen de betreffende studenten kort na de aanmelddeadline bericht over de selectieprocedure. De afgelopen jaren is selectie niet nodig geweest, de verwachting is dat voor de komende start er ook geen selectie zal plaatsvinden.

Beroepsperspectief
Als docent maatschappijleer zijn je vooruitzichten op een baan voldoende. De alumni maatschappijwetenschappen/maatschappijleer die een  baan ambieerden in het onderwijs, hebben deze tot nu toe ook meestal gekregen. Met de toenemende invoering van maatschappijwetenschappen als profielvak, zal de arbeidsmarkt verder verbeteren.

Binnen het vak kan een accent worden gelegd op het bestuderen van godsdienstige en levensbeschouwelijke vragen en antwoorden. Als docent krijg je te maken met afgenomen institutionele godsdienstigheid en wat dat voor de kennis en interesse van de leerlingen betekent. Het accent kan ook juist liggen op het ruime terrein van alles wat als levensbeschouwelijke vorming kan gelden. Het is dan belangrijk de grenzen van het vak te leren kennen. Voor beide benaderingen geldt dat leerlingen het vak zeer kunnen waarderen. Bij de colleges maken de studenten daarom kennis met een grote verscheidenheid aan werkvormen.

Vakdidactische bijzonderheden
Tijdens de lerarenopleiding gaan we onder andere in op het fenomeen ‘leven in een beeldcultuur’ met aandacht voor de verschillende heilige boeken. Ook gaan we in op de vraag hoe je de ‘grond van het bestaan’ ter sprake brengt onder leerlingen van 12-18 jaar en besteden we  aandacht aan het onderdeel toetsen. Maar ook het voorbereiden van een excursie is een programmaonderdeel.

Verdieping
Er zijn geen speciaal voor studenten godsdienst/levensbeschouwing verplichte activiteiten. Maar wie een accent legt op dialoog en interculturaliteit binnen het vak kan in de keuzemodule multiculturaliteit een zinnige verdieping vinden.

Toelatingseisen

Direct toelaatbaar 
De master ‘Religiewetenschappen’ met specialisatie LEVO biedt direct toegang tot de master leraar godsdienst/levensbeschouwing. Ook toelaatbaar zijn studenten met een masterdiploma of doctoraaldiploma van een opleiding die direct aansluit bij het schoolvak godsdienst/levensbeschouwing. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de landelijk overeengekomen criteria voor het vakinhoudelijke masterniveau.

Aanverwante vooropleiding 
In de toelatingsprocedure voor studenten die niet direct toelaatbaar zijn, maar die wel beschikken over een afgeronde WO-master in een verwante discipline, kan de omvang van een eventueel applicatieprogramma worden vastgesteld. Dit doet de toelatingscommissie door vergelijking van het gevolgde studieprogramma met de domeinen uit het landelijke vakinhoudelijk referentiekader. Indien je vooropleiding vakinhoudelijk overeenkomt, kun je je vooraanmelden via Studielink en ontvang je vanzelf bericht van de toelatingscommissie over je toelaatbaarheid (en eventueel weg te werken deficiënties).  

Tweedegraads bevoegdheid 
Heb je een tweedegraads lesbevoegdheid Godsdienst/levensbeschouwing, en wil je nu een eerstegraads lesbevoegdheid halen, dan moet je eerst bij de Faculteit der Godgeleerdheid een masteropleiding volgen om je vakinhoudelijke kennis aan te vullen tot masterniveau. Hier gaat nog een premastertraject aan vooraf. Hoe lang je totaal aan dit traject bezig bent hangt vooral af van de vakinhoud van de gevolgde hbo-opleiding. Reken op een programma van minimaal 1,5 jaar (voltijds)studie. Na het behalen van het masterdiploma ben je toelaatbaar tot de universitaire lerarenopleiding Maatschappijleer/maatschappijwetenschappen en krijg je vrijstellingen voor de helft van de opleiding. Voor specifieke informatie over je toelaatbaarheid tot de (pre)masteropleiding kun je direct contact opnemen met een studieadviseur van de Faculteit der Godgeleerdheid. Vermeld daarbij dat het gaat om een traject om de eerstegraads lesbevoegdheid te halen, zodat er de benodigde vakken uit de verschillende domeinen in je (pre)master zijn opgenomen. Alternatieve route is de master Educatie in de mens- en maatschappijwetenschappen (2 jaar).

Beroepsperspectief
Godsdienst/levensbeschouwing wordt vaak slechts één uur per week gegeven. Per school zijn er maar weinig docenten godsdienst/levensbeschouwing nodig. Tegelijkertijd zijn schoolleiders gevoelig voor de noodzaak om het vak professioneler te kunnen bieden. Identiteitsgevoelige thema’s, een aandachtspunt voor schoolleiders, kunnen binnen een capabele godsdienst/levensbeschouwingsectie aandacht krijgen. Zelfs wanneer er minder vacatures zijn, is er voor docenten godsdienst/levensbeschouwing wel werk. De scholen die in de vernieuwde onderbouw meer vakoverstijgende verbanden aangaan hebben vaak een bijzondere rol voor de docent godsdienst/levensbeschouwing.

Volg Koen en stap in de wereld van een leraar in opleiding!

Inhoud van de studie

Het studieprogramma van de master lerarenopleiding is opgedeeld in drie fases waarbij in elke fase drie verschillende vakken worden gegeven; didactiek, praktijk en praktijkonderzoek. De opleiding start twee maal per jaar; begin februari en begin september. Colleges en bijeenkomsten vinden altijd plaats op maandag. Op opleidingsscholen kunnen er ook op andere dagen onderwijsactiviteiten zijn. Aan de eerste collegedag gaat een drietal (verplichte) startdagen vooraf.

Didactiek (Didactiek 1, 2 en 3 – totaal 21 EC)
Het vak Didactiek bestaat uit drie onderdelen; algemene didactiek, vakdidactiek en peergroup. Bij dit vak wordt er aandacht besteed aan het functioneren als docent in de bredere zin. Studenten worden voorbereid op het leraarschap in het eigen vakgebied,  maar  ook worden er theorieën verworven over leren en onderwijzen, klassenmanagement en communicatie en kennismaking met relevante inzichten in de ontwikkelings- en adolescentenpsychologie. In de peergroup wisselen studenten ervaringen uit de praktijkstage uit. De lessen didactiek worden in verschillende thema’s (kernpraktijken) gegeven. Elke week staat er een nieuwe kernpraktijk centraal. Omdat didactiek samenloopt met de praktijkstage, wordt de theoretische kernpraktijk gelijk in praktijk gebracht aan de hand van verwerkingsopdrachten. 

Praktijk (Praktijk 1, 2 en 3 – totaal 30 EC)
Tijdens de praktijkstage werken studenten aan het verder ontwikkelen van de kernpraktijken die in het instituutsdeel van Didactiek  aan de orde zijn gekomen. Er wordt een verbinding gemaakt tussen de theorie en praktijk. Op de werkplek wordt de aandacht op dezelfde kernpraktijken gericht als tijdens de instituutsopleiding. Dit betekent dat studenten, samen met hun werkplekbegeleider, gericht werken aan de verschillende thema’s besproken in de colleges van Didactiek.

Praktijkonderzoek (praktijkonderzoek 1 en 2 – totaal 9 EC)
In het vak Praktijkonderzoek wordt er een verdere verdieping van het onderwijs geboden. De docent in opleiding verdiept zich samen met collega’s en de werkplekbegeleider in een probleem in de praktijk. Dit probleem wordt op een empirische manier onderzocht en geanalyseerd. Hierbij krijgt de docent in opleiding handvatten aangereikt om bronnen te zoeken en te beoordelen en een onderzoeksverslag op te stellen en te presenteren.

Internationalisering
Er zijn beperkt mogelijkheden voor internationale uitwisseling, Voor meer informatie hierover kun je contact opnemen met onze contactpersoon internationalisering.

Waarom Leraar VHO studeren aan de VU?


Een stevige vakdidactische basis

In de opleiding besteed je veel aandacht aan vakdidactiek. Je wordt opgeleid tot een professional die op verantwoorde wijze wetenschappelijke (vak)kennis bereikbaar maakt voor leerlingen.

Praktijkgericht
De vakdidactici van de masteropleiding hebben zelf veel ervaring in het lesgeven en zijn ook betrokken bij onderwijsvernieuwingen. Ze hebben aandacht voor jouw persoonlijke wensen en kijken samen met jou naar wat jij nodig hebt om een inspirerende leraar te worden.

Een helder programma gericht op jouw ontwikkeling
De opleiding biedt een helder en samenhangend programma. Je persoonlijke ontwikkeling staat centraal; je houdt een digitaal portfolio bij en bespreekt regelmatig met je medestudenten en met je mentor je (les)ervaringen. Voor wie al meer ervaring heeft als docent zijn er mogelijkheden voor vrijstellingen op basis van eerder verworven competenties (EVC's).

Kleinschalig en persoonlijk
De opleiding is kleinschalig en de lijnen zijn kort. Zo is het direct duidelijk bij wie je moet zijn met vragen. Je krijgt persoonlijke aandacht van je docenten en kunt bij hen terecht voor vragen.  

Waarom een lerarenopleiding volgen aan de VU? Bekijk de 10 pluspunten!

Pasfoto_RebeccaBoerebach_AlmunusOpleiding voor het leven: kwaliteit, persoonlijkheid en gezelligheid

'De docentenopleiding aan de VU biedt niet alleen de kennis en vaardigheden die je nodig hebt als eerstegraads bevoegd docent, maar ook persoonlijke begeleiding, die jou als (toekomstig) docent en individu in staat stelt jezelf te ontwikkelen en te blijven ontwikkelen. Hierdoor geeft de docentenopleiding aan de VU niet alleen verrijking op het gebied van onderwijs, maar ook in andere aspecten van je leven. De opleiding is kleinschalig, wat de kwaliteit, persoonlijkheid en gezelligheid van de opleiding ten goede komt. De opleiders zijn professioneel en betrokken, wat zorgt voor een veilig klimaat, waarin je jezelf optimaal kunt ontplooien. Door de snelle ontwikkeling die je in één jaar doormaakt, is het verstandig je volledige aandacht op de opleiding te richten. En dat is de moeite waard: via de opleiding kom je in aanraking met kwaliteiten, visies, docenten, (vak)collega’s en vrienden waar je de rest van je leven inspiratie uit kunt halen'.

Rebecca Boerebach
Eerstegraads docent biologie, Marecollege Leiden
(Alumnus Master Leraar VHO)


 

 

 

Rollen en competenties

Inspireren om het maximale uit de klas te halen
Als beginnend docent is praktijkervaring cruciaal. In de masteropleiding Leraar voorbereidend hoger onderwijs aan de VU leer je hoe je stevig in je schoenen komt te staan. Leraar word je namelijk niet zomaar. Boeiend en inspirerend onderwijs geven voor verschillende leerlingen moet je leren. Daarom zijn er in deze masteropleiding vijf rollen ontwikkeld.

Professional
In je werk met leerlingen maak je voortdurend keuzes. Moet je reageren of juist niet? Geef je dit voorbeeld of een ander?Een deel van die keuzes kun je voorbereiden, maar vaak reageer je in een split second. Is dat ook de meest effectieve reactie? Wat maakt eigenlijk dat ik op die manier reageer? Zijn er andere mogelijkheden, andere perspectieven? Door regelmatig, samen met anderen, bij dit soort vragen leer je aan de hand van je praktijkervaringen. Daarnaast heb je, zeker als universitair opgeleide leraar een rol in het verder ontwikkelen van het onderwijs. Dat betekent zoeken naar nieuwe inzichten en nieuwe handelingsmogelijkheden, je voeden met wetenschappelijke inzichten en deze toetsen aan je eigen praktijk. Zoeken, onderzoeken en delen vormen de kern van deze rol.

Ontwerper
Het ontwerpen van onderwijs is een dagelijkse bezigheid voor een docent . Het repertoire dat je tot je beschikking hebt om lessen te ontwerpen en weloverwogen keuzes te maken, breid je steeds verder uit, door reflectie op je ervaringen in de praktijk, door kennismaking met theorie en door uitwisseling met collega’s en medestudenten. Terugkerende vragen daarbij zijn: Wat moeten leerlingen weten of kunnen aan het eind van mijn les(sen)? Waar kan ik bij aansluiten? Welke activiteiten kies ik? Hoe weet ik of de doelen uiteindelijk bereikt zijn?

Uitvoerder
Uiteindelijk moet het thuis ontworpen lesplan in de praktijk tot leven komen. Aan de docent de taak de voorwaarden te scheppen waaronder leerlingen kunnen leren. Belangrijke thema’s zijn: contact maken , leiding geven  en het organiseren en begeleiden van het leerproces.  Je wordt je bewust van bepaalde patronen in je communicatie en (h)erkent het effect hiervan op de leerlingen.

Pedagoog
In je rol als pedagoog stimuleer je leerlingen in hun verdere ontwikkeling als persoon, in het werken aan hun identiteit.. In deze rol ben je een voorbeeld voor je leerlingen. Je bent iemand met een eigen identiteit die in de omgang met leerlingen, collega’s en ouders keuzes maakt. Keuzes die gestuurd worden door jouw normen en waarden, jouw opvattingen over wat goed is, wat hoort, wat jij belangrijk vindt. Kennis van jezelf en kennis van de leerling in deze specifieke leeftijdsfase zijn cruciaal om deze rol naar behoren te kunnen vervullen.

Teamlid en collega
Doorgaans staat een leraar alleen voor de klas. Daardoor kan het beroep wel eens een solistisch beroep lijken. Maar binnen de school ben je  ook lid van verschillende teams. Je maakt met je sectie bijvoorbeeld afspraken over het vakonderwijs, je geeft samen met je collega’s invulling aan de pedagogische taak waarvoor de school zich gesteld ziet, je maakt deel uit van een mentorenteam etc.  In deze rol is het belangrijk dat je betrouwbaar, flexibel en communicatief vaardig bent. Dat je de schoolvisie ondersteunt en uitdraagt en je realiseert dat jij naar buiten toe het visitekaartje van de school bent.

Bij elke rol gaat het om het gedrag dat van jou als docent verwacht wordt in een bepaalde situatie. In de rol als ontwerper van onderwijs doe je andere dingen, denk je over andere zaken na dan wanneer je met leerlingen aan het werk bent. Natuurlijk kun je de rollen niet strikt scheiden. Maar het helpt wel om ze te onderscheiden, om zicht te krijgen op de verschillende dingen die een leraar doet en waarover hij na moet denken.
        
Om een rol goed te kunnen vervullen moet een docent over competenties beschikken. Voor het beroep van leraar zijn landelijk  competenties afgesproken. Competenties zijn opgedeeld in kennis, vaardigheden, motivatie en persoonskenmerken. Startbekwaam zijn als docent, het doel van de lerarenopleiding, betekent dat je aantoonbaar over de competenties beschikt en hiermee de vijf rollen in voldoende mate beheerst.

De opleiding kent vier opleidingsroutes:

Regulier (voltijd of deeltijd):
Je volgt het complete programma van 60 EC.
Je kunt de opleiding combineren met een baan in het onderwijs, waarbij (een deel van) je baan als stage geldt. Meestal zal je dan voor de deeltijdvariant moeten kiezen.

Instroom (voltijd of deeltijd):
Als naast je masterdiploma al in het bezit bent van een andere lesbevoegdheid heb je recht op vrijstellingen: 

  • Tweedegraads lesbevoegdheid behaald in HBO in hetzelfde schoolvak: 30 EC aan vrijstellingen
  • Afgeronde educatieve minor / educatieve module in het WO in hetzelfde schoolvak: 27 EC aan vrijstellingen 
  • Eerstegraads lesbevoegdheid behaald in het WO in een ander schoolvak: 41 EC aan vrijstellingen Een andere lesbevoegdheid (tweedegraads lesbevoegdheid in ander schoolvak of lesbevoegdheid voor het Hoger Onderwijs): individueel besluit van de examencommissie. 

Je kunt de opleiding combineren met een baan in het onderwijs, waarbij (een deel van) je baan als stage geldt. Meestal zal je dan voor de deeltijdvariant moeten kiezen.

EVC (voltijd of deeltijd):
Je komt hiervoor in aanmerking als je al minimaal een jaar lang acht uur per week als onbevoegd docent voor de klas staat, of als je minimaal 3 jaar werkervaring hebt die relevant is voor het beroep als docent. Het is mogelijk om voor onderdelen van de opleiding een vrijstelling te krijgen op basis van eerder verworven competenties. Zie verder: Voorwaarden EVC-procedure.

Je kunt de opleiding combineren met een baan in het onderwijs, waarbij (een deel van) je baan als stage geldt. Meestal zal je dan voor de deeltijdvariant moeten kiezen.

Zij-instroom (deeltijd):
Je hebt een afgeronde universitaire studie (doctoraal of master), en je bent als on(der)bevoegd docent aangesteld op een school. Je school kan de subsidie voor zij-instromers aanvragen, waarmee je in de vorm van contractonderwijs je eerstegraads lesbevoegdheid haalt. Het is mogelijk om voor onderdelen van de opleiding een vrijstelling te krijgen op basis van eerder verworven competenties. Zie verder: Opleidingspagina van de ULO voor zij-instromers.

Naast deze vier routes binnen deze master bidt de VU andere trajecten om een eerstegraads of tweedegraads lesbevoegdheid te behalen. Zie het complete overzicht op: www.vu.nl/lerarenopleidingen

VU Matching bij de lerarenopleiding

Het beroep van leraar staat in de belangstelling. Je overweegt om de lerarenopleiding aan de VU te gaan volgen. Maar weet je waar je voor kiest? Heb je een goed beeld van het beroep van leraar in het voortgezet onderwijs? Voldoet onze opleiding aan jouw verwachtingen? En heb jij de juiste kwaliteiten en vaardigheden? Algemene informatie vind je op onze website, uitgebreidere informatie krijg je op de voorlichtingsbijeenkomst en de meeloopdag. Door grondig te checken of jij de juiste keuze maakt, vergroot je de kans om je opleiding succesvol te doorlopen. Daarom hebben wij, samen met een aantal opleidingsscholen, een matching-traject ingesteld.

Voor wie is de matching?
De matching is voor studenten die in stagevariant de opleiding gaan volgen, en geen ervaring hebben in het lesgeven in het voortgezet onderwijs. Studenten met een baan in het voortgezet onderwijs, tweedegraads instromers, zij-instromers en kandidaten die een EVC-assessment hebben gevolgd, evenals studenten die de Educatieve minor succesvol hebben afgerond, worden vrijgesteld van het matchingstraject. Voor de overige studenten is deelname verplicht.

Wat houdt de intake/matching in?

  • Je volgt een startbijeenkomst met informatie, een algemeen didactiekcollege en ontvangt toelichting op de opdrachten op de VU.
  • Je bent één dag op één van onze opleidingsscholen of stagescholen en loopt mee met een bevoegd docent in jouw schoolvak, voert opdrachten uit en hebt een matchingsgesprek met de schoolopleider. De schoolopleider brengt een advies uit aan de VU over de start van de opleiding en de toekenning van de stageplek.
  • Je werkt de opdrachten uit en levert ze tijdig in.
  • Je hebt een intakegesprek op de VU, waarin teruggekeken wordt op jouw ervaringen.
  • Hieruit volgt een persoonlijk advies met eventuele aandachtspunten voor de start van de opleiding.
  • In totaal vraagt het ca. 16 uur tijdsinspanning van studenten.
  • Voor deze pilot zijn er geen kosten aan de matching verbonden.

Wat levert het op?    

  • Je krijgt een goed beeld van jouw startsituatie als docent en van wat je op school en op de opleiding kunt verwachten. 
  • Je hebt al kennisgemaakt met je (waarschijnlijke) stageschool en begeleiders. 
  • Je ontvangt een door VU en opleidingsschool gedeeld advies over je geschiktheid voor de opleiding en het beroep van leraar. Het advies kan zijn om je te bezinnen op de keuze voor het beroep van leraar. Je kunt op basis van de matching overigens niet afgewezen worden voor de opleiding. 
  • Eventuele aandachtspunten zijn al voor de start van de opleiding bekend. Hierdoor kun je een betere start maken en beter begeleid worden door je mentor (op de VU) en door je begeleiders op school.  

Belangrijke data

  • De eerste bijeenkomst op de VU is op donderdag 29 november van 9.15-12.30 uur.
  • Daarna gaan studenten in de periode van 30 november tot en met 11 januari een dag meelopen op school.
  • De deadline voor het inleveren van de uitwerking van de opdrachten is maandag 14 januari 9.00 uur.
  • De matchingsgesprekken zijn op maandag 21 januari.
Vragen

Veelgestelde vragen

1) Ben ik (direct) toelaatbaar?
Specifieke toelatingseisen per schoolvak vind je onder het kopje ‘schoolvakken’.
In de toelatingsprocedure voor studenten die niet direct toelaatbaar zijn, maar die wel beschikken over een afgeronde WO-master in een verwante discipline, kan de omvang van een eventueel applicatieprogramma worden vastgesteld. Dit doet de toelatingscommissie door vergelijking van het gevolgde studieprogramma met de domeinen uit het landelijke vakinhoudelijk referentiekader (deze staan vermeld op de schoolvakken pagina's onder het kopje 'toelatingseisen'). Indien je vooropleiding vakinhoudelijk overeenkomt, kun je je vooraanmelden via Studielink en ontvang je vanzelf bericht van de toelatingscommissie over je toelaatbaarheid (en eventueel weg te werken deficiënties).
2) Ik wil overstappen naar het onderwijs. Is deze master de juiste keuze voor mij?
Dat ligt aan de vooropleiding die je hebt (zie vraag 1). Onze lerarenopleiding kent meerdere opleidingsroutes. Twijfel je nog of het leraarschap iets voor je is dan raden wij je aan contact op te nemen met je oude school (of een school die je kent) om te vragen of je een dag mee mag lopen. Kom je in aanmerking voor het zij-instroomtraject dan heb je (voor bepaalde vakken) ook de mogelijkheid een oriëntatiecursus te volgen bij Het Schoolbureau.
3) Kan ik zij-instromer worden?
Indien je een afgeronde universitaire studie (doctoraal of master) hebt en al bent aangesteld als onbevoegd docent op een school, of binnenkort een aanstelling op een school kunt krijgen dan kun je in aanmerking komen voor een zij-instroomtraject als je aan de voorwaarden voldoet.
4) Ik heb al een tweedegraads lesbevoegdheid. Kan ik deze masteropleiding volgen?
Wil je voor hetzelfde vak een eerstegraads bevoegdheid halen, dan moet je eerst bij de faculteit waar dit schoolvak is ondergebracht een masteropleiding volgen om je vakinhoudelijke kennis aan te vullen tot masterniveau (voorheen doctoraaldiploma). Hier gaat nog een premastertraject aan vooraf. Na het behalen van het masterdiploma ben je toelaatbaar tot de lerarenopleiding en kun je tot maximaal 30 EC aan vrijstellingen krijgen. Meer informatie hierover vind je in de Onderwijs- en Examenregeling. Specifieke toelatingseisen staan vermeld op opleidingspagina’s van de masteropleidingen.
5) Ik heb een vooropleiding op hbo-niveau. Kan ik dan de Master Leraar VHO volgen?
Nee. Je zult eerst voor het schoolvak dat je wilt gaan geven een masteropleiding moeten volgen om je vakinhoudelijke kennis aan te vullen tot masterniveau (voorheen doctoraaldiploma). Hier gaat vaak nog een premastertraject aan vooraf. Specifieke toelatingseisen staan vermeld op opleidingspagina’s van de masteropleidingen.
6) Kan ik tijdens mijn vakmaster aan de VU de eerstegraads lesbevoegdheid halen?
Bij de masteropleidingen: Biology, Biomedical Sciences*, Drug Discovery and Safety, Chemistry, Earth Sciences, Mathematics, Physics, Medical Natural Sciences bestaat de mogelijkheid tot het volgen van een educatieve variant (E-variant); wat inhoudt dat je binnen het tweejarige mastertraject de eerstegraads lesbevoegdheid haalt.  
*) Deze opleiding valt binnen het domein ‘gezondheidszorg’, waarvoor geldt dat je het instellingstarief zult moeten betalen als je pas na afstuderen nog een eerstegraads bevoegdheid wilt behalen. Overweeg je serieus het onderwijs in te gaan dan is het dus voordeliger om binnen de tweejarige master al voor de E-variant te kiezen.
7) Ik wil de opleiding in deeltijd volgen. Kan dat?
Ja. Net als in het voltijd traject heb je op maandag overdag college. De stage beslaat minimaal 2 dagdelen per week. Omdat i.o.m. de stageschool bekeken zal worden hoe het praktijkdeel op school eruit komt te zien, verwachten wij wel enige flexibiliteit in beschikbaarheid. Je zult in ieder geval binnen twee jaar minimaal 240 klassencontacturen moeten halen. Na aanmelding (en toelating!) wordt gezamenlijk bepaald hoe het studieprogramma over de twee studiejaren verdeeld wordt, waarbij de colleges verdeeld worden over anderhalf jaar. Je betaalt per studiejaar collegegeld. Studeer je uiteindelijk toch eerder af dan kun je het teveel betaalde collegegeld terugvorderen.
8) Kan ik vrijstellingen krijgen?
In bepaalde gevallen kun je (na toelating!) in aanmerking komen voor vrijstellingen. Eerder Verworven Competenties (EVC’s) worden erkend a.h.v. een vaststaande procedure en op basis van een aantal voorwaarden. Ook studenten die een Educatieve minor succesvol hebben afgerond, kunnen in aanmerking komen voor vrijstellingen. Meer informatie hierover vind je in de Onderwijs- en Examenregeling.
9) Hoeveel tijd ben ik kwijt aan de stage?
Voltijdstudenten zijn gemiddeld vier tot vijf dagdelen per week op school. Het praktijkdeel beslaat de helft van de opleiding (incl. voorbereiding dus ongeveer 20 uur per week). In totaal zul je in ieder geval minimaal 240 klassencontacturen moeten halen in één studiejaar. Voor de deeltijdvariant geldt de helft van hetzelfde aantal uren.
10) Kan ik de praktijkstage clusteren?
Nee. Het praktijkdeel is bewust verspreid over de gehele opleiding om kennis en praktijk goed op elkaar te laten aansluiten. Daarnaast is het van groot belang dat je als (aankomend) docent een band opbouwt met de leerlingen en dat je actief deel uitmaakt van het onderwijsteam.
11) Ik heb zelf een stageplek gevonden waar ik het praktijkdeel wil uitvoeren. Mag dat?
De VU werkt samen met vaste opleidingsscholen waar studenten het praktijkdeel uitvoeren. In principe wordt de stageplek dus door de opleiding geregeld. Wil je een eigen stageplek aandragen, neem dan eerst contact op met de stagecoördinator.
12) Ik wil lesgeven/stagelopen in het hbo. Kan dat met deze opleiding?
De overheid heeft geen bevoegdheidseisen voor het hoger onderwijs opgesteld. De eisen waaraan je moet voldoen verschillen per onderwijsinstelling en hangen af van het type werk dat je gaat verrichten. Met een eerstegraads lesbevoegdheid zijn je kansen op een baan als docent op een hbo-instelling echter goed. Stagelopen op een hbo-instelling mag alleen na toestemming van de Examencommissie.
13) Ik wil lesgeven/stagelopen in het mbo. Kan dat met deze opleiding?
Met een eerstegraads lesbevoegdheid mag je lesgeven in het mbo. Stagelopen op een mbo-instelling mag alleen na toestemming van de Examencommissie.
14) Waar vind ik  meer inhoudelijk informatie over het studieprogramma?
Onder het kopje 'Inhoud van de studie' vind je een helder overzicht van het gehele programma. Voor meer inhoudelijke informatie per vak kun je ook de online studiegids raadplegen.
15) Hoeveel collegegeld moet ik betalen?
In principe betaal je voor deze masteropleiding het reguliere tarief. Heb je echter al een graad behaald in het crohodomein gezondheidszorg of heb je al een eerstegraads lerarenopleiding afgerond dan betaal je het verhoogde instellingstarief.
16) Kan ik voor twee vakken tegelijkertijd een lesbevoegdheid halen?
Ja. Je kunt voor twee aanverwante vakken tegelijk ingeschreven staan.
N.B. Een eerstegraads lesbevoegdheid in talen levert wel automatisch een bevoegdheid Culturele en Kunstzinnige Vorming (CKV) op. Afgestudeerden van de vakken aardrijkskunde, biologie, natuurkunde, scheikunde en wiskunde zijn ook bevoegd om het bètakeuzevak NLT (Natuur, Leven en Technologie) te geven.
17) Hoe verloopt de inschrijfprocedure?
De volledige inschrijfprocedure staat op de website.
N.B. Voor zij-instromers geldt een aparte inschrijfprocedure. Hierover ontvang je automatisch bericht als je voor dit traject in aanmerking komt. Studenten die de E-variant doen, schrijven zich niet apart in, maar moeten wel een aantal administratieve zaken regelen. 
18) Wanneer start de opleiding?
De lerarenopleiding start twee keer per jaar; in september (deadline aanmelding: 1 mei) en in februari (deadline aanmelden: 1 november).
19) Wanneer vinden er voorlichtingsactiviteiten plaats?
De actuele data staan vermeld op onze website.
20) Waar vind ik meer algemene informatie over werken in het onderwijs?
Op de website van het Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap vind je meer informatie over ‘werken in het onderwijs’ in Nederland.

Inhoud van de studie

Het studieprogramma van de master lerarenopleiding is opgedeeld in drie fases waarbij in elke fase drie verschillende vakken worden gegeven; didactiek, praktijk en praktijkonderzoek. De opleiding start twee maal per jaar; begin februari en begin september. Colleges en bijeenkomsten vinden altijd plaats op maandag. Op opleidingsscholen kunnen er ook op andere dagen onderwijsactiviteiten zijn. Aan de eerste collegedag gaat een drietal (verplichte) startdagen vooraf.

Didactiek (Didactiek 1, 2 en 3 – totaal 21 EC)
Het vak Didactiek bestaat uit drie onderdelen; algemene didactiek, vakdidactiek en peergroup. Bij dit vak wordt er aandacht besteed aan het functioneren als docent in de bredere zin. Studenten worden voorbereid op het leraarschap in het eigen vakgebied,  maar  ook worden er theorieën verworven over leren en onderwijzen, klassenmanagement en communicatie en kennismaking met relevante inzichten in de ontwikkelings- en adolescentenpsychologie. In de peergroup wisselen studenten ervaringen uit de praktijkstage uit. De lessen didactiek worden in verschillende thema’s (kernpraktijken) gegeven. Elke week staat er een nieuwe kernpraktijk centraal. Omdat didactiek samenloopt met de praktijkstage, wordt de theoretische kernpraktijk gelijk in praktijk gebracht aan de hand van verwerkingsopdrachten. 

Praktijk (Praktijk 1, 2 en 3 – totaal 30 EC)
Tijdens de praktijkstage werken studenten aan het verder ontwikkelen van de kernpraktijken die in het instituutsdeel van Didactiek  aan de orde zijn gekomen. Er wordt een verbinding gemaakt tussen de theorie en praktijk. Op de werkplek wordt de aandacht op dezelfde kernpraktijken gericht als tijdens de instituutsopleiding. Dit betekent dat studenten, samen met hun werkplekbegeleider, gericht werken aan de verschillende thema’s besproken in de colleges van Didactiek.

Praktijkonderzoek (praktijkonderzoek 1 en 2 – totaal 9 EC)
In het vak Praktijkonderzoek wordt er een verdere verdieping van het onderwijs geboden. De docent in opleiding verdiept zich samen met collega’s en de werkplekbegeleider in een probleem in de praktijk. Dit probleem wordt op een empirische manier onderzocht en geanalyseerd. Hierbij krijgt de docent in opleiding handvatten aangereikt om bronnen te zoeken en te beoordelen en een onderzoeksverslag op te stellen en te presenteren.

Internationalisering
Er zijn beperkt mogelijkheden voor internationale uitwisseling, Voor meer informatie hierover kun je contact opnemen met onze contactpersoon internationalisering.

Waarom Leraar VHO studeren aan de VU?


Een stevige vakdidactische basis

In de opleiding besteed je veel aandacht aan vakdidactiek. Je wordt opgeleid tot een professional die op verantwoorde wijze wetenschappelijke (vak)kennis bereikbaar maakt voor leerlingen.

Praktijkgericht
De vakdidactici van de masteropleiding hebben zelf veel ervaring in het lesgeven en zijn ook betrokken bij onderwijsvernieuwingen. Ze hebben aandacht voor jouw persoonlijke wensen en kijken samen met jou naar wat jij nodig hebt om een inspirerende leraar te worden.

Een helder programma gericht op jouw ontwikkeling
De opleiding biedt een helder en samenhangend programma. Je persoonlijke ontwikkeling staat centraal; je houdt een digitaal portfolio bij en bespreekt regelmatig met je medestudenten en met je mentor je (les)ervaringen. Voor wie al meer ervaring heeft als docent zijn er mogelijkheden voor vrijstellingen op basis van eerder verworven competenties (EVC's).

Kleinschalig en persoonlijk
De opleiding is kleinschalig en de lijnen zijn kort. Zo is het direct duidelijk bij wie je moet zijn met vragen. Je krijgt persoonlijke aandacht van je docenten en kunt bij hen terecht voor vragen.  

Waarom een lerarenopleiding volgen aan de VU? Bekijk de 10 pluspunten!

Pasfoto_RebeccaBoerebach_AlmunusOpleiding voor het leven: kwaliteit, persoonlijkheid en gezelligheid

'De docentenopleiding aan de VU biedt niet alleen de kennis en vaardigheden die je nodig hebt als eerstegraads bevoegd docent, maar ook persoonlijke begeleiding, die jou als (toekomstig) docent en individu in staat stelt jezelf te ontwikkelen en te blijven ontwikkelen. Hierdoor geeft de docentenopleiding aan de VU niet alleen verrijking op het gebied van onderwijs, maar ook in andere aspecten van je leven. De opleiding is kleinschalig, wat de kwaliteit, persoonlijkheid en gezelligheid van de opleiding ten goede komt. De opleiders zijn professioneel en betrokken, wat zorgt voor een veilig klimaat, waarin je jezelf optimaal kunt ontplooien. Door de snelle ontwikkeling die je in één jaar doormaakt, is het verstandig je volledige aandacht op de opleiding te richten. En dat is de moeite waard: via de opleiding kom je in aanraking met kwaliteiten, visies, docenten, (vak)collega’s en vrienden waar je de rest van je leven inspiratie uit kunt halen'.

Rebecca Boerebach
Eerstegraads docent biologie, Marecollege Leiden
(Alumnus Master Leraar VHO)


 

 

 

Rollen en competenties

Inspireren om het maximale uit de klas te halen
Als beginnend docent is praktijkervaring cruciaal. In de masteropleiding Leraar voorbereidend hoger onderwijs aan de VU leer je hoe je stevig in je schoenen komt te staan. Leraar word je namelijk niet zomaar. Boeiend en inspirerend onderwijs geven voor verschillende leerlingen moet je leren. Daarom zijn er in deze masteropleiding vijf rollen ontwikkeld.

Professional
In je werk met leerlingen maak je voortdurend keuzes. Moet je reageren of juist niet? Geef je dit voorbeeld of een ander?Een deel van die keuzes kun je voorbereiden, maar vaak reageer je in een split second. Is dat ook de meest effectieve reactie? Wat maakt eigenlijk dat ik op die manier reageer? Zijn er andere mogelijkheden, andere perspectieven? Door regelmatig, samen met anderen, bij dit soort vragen leer je aan de hand van je praktijkervaringen. Daarnaast heb je, zeker als universitair opgeleide leraar een rol in het verder ontwikkelen van het onderwijs. Dat betekent zoeken naar nieuwe inzichten en nieuwe handelingsmogelijkheden, je voeden met wetenschappelijke inzichten en deze toetsen aan je eigen praktijk. Zoeken, onderzoeken en delen vormen de kern van deze rol.

Ontwerper
Het ontwerpen van onderwijs is een dagelijkse bezigheid voor een docent . Het repertoire dat je tot je beschikking hebt om lessen te ontwerpen en weloverwogen keuzes te maken, breid je steeds verder uit, door reflectie op je ervaringen in de praktijk, door kennismaking met theorie en door uitwisseling met collega’s en medestudenten. Terugkerende vragen daarbij zijn: Wat moeten leerlingen weten of kunnen aan het eind van mijn les(sen)? Waar kan ik bij aansluiten? Welke activiteiten kies ik? Hoe weet ik of de doelen uiteindelijk bereikt zijn?

Uitvoerder
Uiteindelijk moet het thuis ontworpen lesplan in de praktijk tot leven komen. Aan de docent de taak de voorwaarden te scheppen waaronder leerlingen kunnen leren. Belangrijke thema’s zijn: contact maken , leiding geven  en het organiseren en begeleiden van het leerproces.  Je wordt je bewust van bepaalde patronen in je communicatie en (h)erkent het effect hiervan op de leerlingen.

Pedagoog
In je rol als pedagoog stimuleer je leerlingen in hun verdere ontwikkeling als persoon, in het werken aan hun identiteit.. In deze rol ben je een voorbeeld voor je leerlingen. Je bent iemand met een eigen identiteit die in de omgang met leerlingen, collega’s en ouders keuzes maakt. Keuzes die gestuurd worden door jouw normen en waarden, jouw opvattingen over wat goed is, wat hoort, wat jij belangrijk vindt. Kennis van jezelf en kennis van de leerling in deze specifieke leeftijdsfase zijn cruciaal om deze rol naar behoren te kunnen vervullen.

Teamlid en collega
Doorgaans staat een leraar alleen voor de klas. Daardoor kan het beroep wel eens een solistisch beroep lijken. Maar binnen de school ben je  ook lid van verschillende teams. Je maakt met je sectie bijvoorbeeld afspraken over het vakonderwijs, je geeft samen met je collega’s invulling aan de pedagogische taak waarvoor de school zich gesteld ziet, je maakt deel uit van een mentorenteam etc.  In deze rol is het belangrijk dat je betrouwbaar, flexibel en communicatief vaardig bent. Dat je de schoolvisie ondersteunt en uitdraagt en je realiseert dat jij naar buiten toe het visitekaartje van de school bent.

Bij elke rol gaat het om het gedrag dat van jou als docent verwacht wordt in een bepaalde situatie. In de rol als ontwerper van onderwijs doe je andere dingen, denk je over andere zaken na dan wanneer je met leerlingen aan het werk bent. Natuurlijk kun je de rollen niet strikt scheiden. Maar het helpt wel om ze te onderscheiden, om zicht te krijgen op de verschillende dingen die een leraar doet en waarover hij na moet denken.
        
Om een rol goed te kunnen vervullen moet een docent over competenties beschikken. Voor het beroep van leraar zijn landelijk  competenties afgesproken. Competenties zijn opgedeeld in kennis, vaardigheden, motivatie en persoonskenmerken. Startbekwaam zijn als docent, het doel van de lerarenopleiding, betekent dat je aantoonbaar over de competenties beschikt en hiermee de vijf rollen in voldoende mate beheerst.

De opleiding kent vier opleidingsroutes:

Regulier (voltijd of deeltijd):
Je volgt het complete programma van 60 EC.
Je kunt de opleiding combineren met een baan in het onderwijs, waarbij (een deel van) je baan als stage geldt. Meestal zal je dan voor de deeltijdvariant moeten kiezen.

Instroom (voltijd of deeltijd):
Als naast je masterdiploma al in het bezit bent van een andere lesbevoegdheid heb je recht op vrijstellingen: 

  • Tweedegraads lesbevoegdheid behaald in HBO in hetzelfde schoolvak: 30 EC aan vrijstellingen
  • Afgeronde educatieve minor / educatieve module in het WO in hetzelfde schoolvak: 27 EC aan vrijstellingen 
  • Eerstegraads lesbevoegdheid behaald in het WO in een ander schoolvak: 41 EC aan vrijstellingen Een andere lesbevoegdheid (tweedegraads lesbevoegdheid in ander schoolvak of lesbevoegdheid voor het Hoger Onderwijs): individueel besluit van de examencommissie. 

Je kunt de opleiding combineren met een baan in het onderwijs, waarbij (een deel van) je baan als stage geldt. Meestal zal je dan voor de deeltijdvariant moeten kiezen.

EVC (voltijd of deeltijd):
Je komt hiervoor in aanmerking als je al minimaal een jaar lang acht uur per week als onbevoegd docent voor de klas staat, of als je minimaal 3 jaar werkervaring hebt die relevant is voor het beroep als docent. Het is mogelijk om voor onderdelen van de opleiding een vrijstelling te krijgen op basis van eerder verworven competenties. Zie verder: Voorwaarden EVC-procedure.

Je kunt de opleiding combineren met een baan in het onderwijs, waarbij (een deel van) je baan als stage geldt. Meestal zal je dan voor de deeltijdvariant moeten kiezen.

Zij-instroom (deeltijd):
Je hebt een afgeronde universitaire studie (doctoraal of master), en je bent als on(der)bevoegd docent aangesteld op een school. Je school kan de subsidie voor zij-instromers aanvragen, waarmee je in de vorm van contractonderwijs je eerstegraads lesbevoegdheid haalt. Het is mogelijk om voor onderdelen van de opleiding een vrijstelling te krijgen op basis van eerder verworven competenties. Zie verder: Opleidingspagina van de ULO voor zij-instromers.

Naast deze vier routes binnen deze master bidt de VU andere trajecten om een eerstegraads of tweedegraads lesbevoegdheid te behalen. Zie het complete overzicht op: www.vu.nl/lerarenopleidingen

VU Matching bij de lerarenopleiding

Het beroep van leraar staat in de belangstelling. Je overweegt om de lerarenopleiding aan de VU te gaan volgen. Maar weet je waar je voor kiest? Heb je een goed beeld van het beroep van leraar in het voortgezet onderwijs? Voldoet onze opleiding aan jouw verwachtingen? En heb jij de juiste kwaliteiten en vaardigheden? Algemene informatie vind je op onze website, uitgebreidere informatie krijg je op de voorlichtingsbijeenkomst en de meeloopdag. Door grondig te checken of jij de juiste keuze maakt, vergroot je de kans om je opleiding succesvol te doorlopen. Daarom hebben wij, samen met een aantal opleidingsscholen, een matching-traject ingesteld.

Voor wie is de matching?
De matching is voor studenten die in stagevariant de opleiding gaan volgen, en geen ervaring hebben in het lesgeven in het voortgezet onderwijs. Studenten met een baan in het voortgezet onderwijs, tweedegraads instromers, zij-instromers en kandidaten die een EVC-assessment hebben gevolgd, evenals studenten die de Educatieve minor succesvol hebben afgerond, worden vrijgesteld van het matchingstraject. Voor de overige studenten is deelname verplicht.

Wat houdt de intake/matching in?

  • Je volgt een startbijeenkomst met informatie, een algemeen didactiekcollege en ontvangt toelichting op de opdrachten op de VU.
  • Je bent één dag op één van onze opleidingsscholen of stagescholen en loopt mee met een bevoegd docent in jouw schoolvak, voert opdrachten uit en hebt een matchingsgesprek met de schoolopleider. De schoolopleider brengt een advies uit aan de VU over de start van de opleiding en de toekenning van de stageplek.
  • Je werkt de opdrachten uit en levert ze tijdig in.
  • Je hebt een intakegesprek op de VU, waarin teruggekeken wordt op jouw ervaringen.
  • Hieruit volgt een persoonlijk advies met eventuele aandachtspunten voor de start van de opleiding.
  • In totaal vraagt het ca. 16 uur tijdsinspanning van studenten.
  • Voor deze pilot zijn er geen kosten aan de matching verbonden.

Wat levert het op?    

  • Je krijgt een goed beeld van jouw startsituatie als docent en van wat je op school en op de opleiding kunt verwachten. 
  • Je hebt al kennisgemaakt met je (waarschijnlijke) stageschool en begeleiders. 
  • Je ontvangt een door VU en opleidingsschool gedeeld advies over je geschiktheid voor de opleiding en het beroep van leraar. Het advies kan zijn om je te bezinnen op de keuze voor het beroep van leraar. Je kunt op basis van de matching overigens niet afgewezen worden voor de opleiding. 
  • Eventuele aandachtspunten zijn al voor de start van de opleiding bekend. Hierdoor kun je een betere start maken en beter begeleid worden door je mentor (op de VU) en door je begeleiders op school.  

Belangrijke data

  • De eerste bijeenkomst op de VU is op donderdag 29 november van 9.15-12.30 uur.
  • Daarna gaan studenten in de periode van 30 november tot en met 11 januari een dag meelopen op school.
  • De deadline voor het inleveren van de uitwerking van de opdrachten is maandag 14 januari 9.00 uur.
  • De matchingsgesprekken zijn op maandag 21 januari.
Vragen

Veelgestelde vragen

1) Ben ik (direct) toelaatbaar?
Specifieke toelatingseisen per schoolvak vind je onder het kopje ‘schoolvakken’.
In de toelatingsprocedure voor studenten die niet direct toelaatbaar zijn, maar die wel beschikken over een afgeronde WO-master in een verwante discipline, kan de omvang van een eventueel applicatieprogramma worden vastgesteld. Dit doet de toelatingscommissie door vergelijking van het gevolgde studieprogramma met de domeinen uit het landelijke vakinhoudelijk referentiekader (deze staan vermeld op de schoolvakken pagina's onder het kopje 'toelatingseisen'). Indien je vooropleiding vakinhoudelijk overeenkomt, kun je je vooraanmelden via Studielink en ontvang je vanzelf bericht van de toelatingscommissie over je toelaatbaarheid (en eventueel weg te werken deficiënties).
2) Ik wil overstappen naar het onderwijs. Is deze master de juiste keuze voor mij?
Dat ligt aan de vooropleiding die je hebt (zie vraag 1). Onze lerarenopleiding kent meerdere opleidingsroutes. Twijfel je nog of het leraarschap iets voor je is dan raden wij je aan contact op te nemen met je oude school (of een school die je kent) om te vragen of je een dag mee mag lopen. Kom je in aanmerking voor het zij-instroomtraject dan heb je (voor bepaalde vakken) ook de mogelijkheid een oriëntatiecursus te volgen bij Het Schoolbureau.
3) Kan ik zij-instromer worden?
Indien je een afgeronde universitaire studie (doctoraal of master) hebt en al bent aangesteld als onbevoegd docent op een school, of binnenkort een aanstelling op een school kunt krijgen dan kun je in aanmerking komen voor een zij-instroomtraject als je aan de voorwaarden voldoet.
4) Ik heb al een tweedegraads lesbevoegdheid. Kan ik deze masteropleiding volgen?
Wil je voor hetzelfde vak een eerstegraads bevoegdheid halen, dan moet je eerst bij de faculteit waar dit schoolvak is ondergebracht een masteropleiding volgen om je vakinhoudelijke kennis aan te vullen tot masterniveau (voorheen doctoraaldiploma). Hier gaat nog een premastertraject aan vooraf. Na het behalen van het masterdiploma ben je toelaatbaar tot de lerarenopleiding en kun je tot maximaal 30 EC aan vrijstellingen krijgen. Meer informatie hierover vind je in de Onderwijs- en Examenregeling. Specifieke toelatingseisen staan vermeld op opleidingspagina’s van de masteropleidingen.
5) Ik heb een vooropleiding op hbo-niveau. Kan ik dan de Master Leraar VHO volgen?
Nee. Je zult eerst voor het schoolvak dat je wilt gaan geven een masteropleiding moeten volgen om je vakinhoudelijke kennis aan te vullen tot masterniveau (voorheen doctoraaldiploma). Hier gaat vaak nog een premastertraject aan vooraf. Specifieke toelatingseisen staan vermeld op opleidingspagina’s van de masteropleidingen.
6) Kan ik tijdens mijn vakmaster aan de VU de eerstegraads lesbevoegdheid halen?
Bij de masteropleidingen: Biology, Biomedical Sciences*, Drug Discovery and Safety, Chemistry, Earth Sciences, Mathematics, Physics, Medical Natural Sciences bestaat de mogelijkheid tot het volgen van een educatieve variant (E-variant); wat inhoudt dat je binnen het tweejarige mastertraject de eerstegraads lesbevoegdheid haalt.  
*) Deze opleiding valt binnen het domein ‘gezondheidszorg’, waarvoor geldt dat je het instellingstarief zult moeten betalen als je pas na afstuderen nog een eerstegraads bevoegdheid wilt behalen. Overweeg je serieus het onderwijs in te gaan dan is het dus voordeliger om binnen de tweejarige master al voor de E-variant te kiezen.
7) Ik wil de opleiding in deeltijd volgen. Kan dat?
Ja. Net als in het voltijd traject heb je op maandag overdag college. De stage beslaat minimaal 2 dagdelen per week. Omdat i.o.m. de stageschool bekeken zal worden hoe het praktijkdeel op school eruit komt te zien, verwachten wij wel enige flexibiliteit in beschikbaarheid. Je zult in ieder geval binnen twee jaar minimaal 240 klassencontacturen moeten halen. Na aanmelding (en toelating!) wordt gezamenlijk bepaald hoe het studieprogramma over de twee studiejaren verdeeld wordt, waarbij de colleges verdeeld worden over anderhalf jaar. Je betaalt per studiejaar collegegeld. Studeer je uiteindelijk toch eerder af dan kun je het teveel betaalde collegegeld terugvorderen.
8) Kan ik vrijstellingen krijgen?
In bepaalde gevallen kun je (na toelating!) in aanmerking komen voor vrijstellingen. Eerder Verworven Competenties (EVC’s) worden erkend a.h.v. een vaststaande procedure en op basis van een aantal voorwaarden. Ook studenten die een Educatieve minor succesvol hebben afgerond, kunnen in aanmerking komen voor vrijstellingen. Meer informatie hierover vind je in de Onderwijs- en Examenregeling.
9) Hoeveel tijd ben ik kwijt aan de stage?
Voltijdstudenten zijn gemiddeld vier tot vijf dagdelen per week op school. Het praktijkdeel beslaat de helft van de opleiding (incl. voorbereiding dus ongeveer 20 uur per week). In totaal zul je in ieder geval minimaal 240 klassencontacturen moeten halen in één studiejaar. Voor de deeltijdvariant geldt de helft van hetzelfde aantal uren.
10) Kan ik de praktijkstage clusteren?
Nee. Het praktijkdeel is bewust verspreid over de gehele opleiding om kennis en praktijk goed op elkaar te laten aansluiten. Daarnaast is het van groot belang dat je als (aankomend) docent een band opbouwt met de leerlingen en dat je actief deel uitmaakt van het onderwijsteam.
11) Ik heb zelf een stageplek gevonden waar ik het praktijkdeel wil uitvoeren. Mag dat?
De VU werkt samen met vaste opleidingsscholen waar studenten het praktijkdeel uitvoeren. In principe wordt de stageplek dus door de opleiding geregeld. Wil je een eigen stageplek aandragen, neem dan eerst contact op met de stagecoördinator.
12) Ik wil lesgeven/stagelopen in het hbo. Kan dat met deze opleiding?
De overheid heeft geen bevoegdheidseisen voor het hoger onderwijs opgesteld. De eisen waaraan je moet voldoen verschillen per onderwijsinstelling en hangen af van het type werk dat je gaat verrichten. Met een eerstegraads lesbevoegdheid zijn je kansen op een baan als docent op een hbo-instelling echter goed. Stagelopen op een hbo-instelling mag alleen na toestemming van de Examencommissie.
13) Ik wil lesgeven/stagelopen in het mbo. Kan dat met deze opleiding?
Met een eerstegraads lesbevoegdheid mag je lesgeven in het mbo. Stagelopen op een mbo-instelling mag alleen na toestemming van de Examencommissie.
14) Waar vind ik  meer inhoudelijk informatie over het studieprogramma?
Onder het kopje 'Inhoud van de studie' vind je een helder overzicht van het gehele programma. Voor meer inhoudelijke informatie per vak kun je ook de online studiegids raadplegen.
15) Hoeveel collegegeld moet ik betalen?
In principe betaal je voor deze masteropleiding het reguliere tarief. Heb je echter al een graad behaald in het crohodomein gezondheidszorg of heb je al een eerstegraads lerarenopleiding afgerond dan betaal je het verhoogde instellingstarief.
16) Kan ik voor twee vakken tegelijkertijd een lesbevoegdheid halen?
Ja. Je kunt voor twee aanverwante vakken tegelijk ingeschreven staan.
N.B. Een eerstegraads lesbevoegdheid in talen levert wel automatisch een bevoegdheid Culturele en Kunstzinnige Vorming (CKV) op. Afgestudeerden van de vakken aardrijkskunde, biologie, natuurkunde, scheikunde en wiskunde zijn ook bevoegd om het bètakeuzevak NLT (Natuur, Leven en Technologie) te geven.
17) Hoe verloopt de inschrijfprocedure?
De volledige inschrijfprocedure staat op de website.
N.B. Voor zij-instromers geldt een aparte inschrijfprocedure. Hierover ontvang je automatisch bericht als je voor dit traject in aanmerking komt. Studenten die de E-variant doen, schrijven zich niet apart in, maar moeten wel een aantal administratieve zaken regelen. 
18) Wanneer start de opleiding?
De lerarenopleiding start twee keer per jaar; in september (deadline aanmelding: 1 mei) en in februari (deadline aanmelden: 1 november).
19) Wanneer vinden er voorlichtingsactiviteiten plaats?
De actuele data staan vermeld op onze website.
20) Waar vind ik meer algemene informatie over werken in het onderwijs?
Op de website van het Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap vind je meer informatie over ‘werken in het onderwijs’ in Nederland.

Toelating en aanmelden

Toelatingseisen
Om tot de opleiding toegelaten te kunnen worden, moet je aan de volgende criteria voldoen:

  • Je bent in het bezit van een WO-masterdiploma (of doctoraaldiploma).
  • Binnen het totale opleidingstraject (inclusief bachelor) is aantoonbaar voldoende vakinhoudelijke kennis opgedaan conform de landelijke vakinhoudelijke toelatingscriteria.
De toelatingscommissie beoordeelt of aan deze criteria is voldaan. 

Kijk onder het kopje ‘schoolvakken’ voor specifieke informatie over de toelatingseisen per schoolvak. Plaatsing voor de opleiding is afhankelijk van de beschikbaarheid van stageplaatsen. Bij grote belangstelling voor een opleiding kan daarom selectie gelden. De afgelopen drie startmomenten is dit niet nodig geweest.

E-variant bij aardrijkskunde  
Voor de E-variant binnen de master Earth Sciences geldt dat je je niet apart hoeft aan te melden voor de lerarenopleiding. In Studielink kun je gewoon je masteropleiding laten doorlopen. Wel zul je tijdig (zie deadline aanmelden) bij het onderwijsbureau van de lerarenopleiding moeten aangeven wanneer je start met de opleiding. Je dient dan een verklaring van toelaatbaarheid te overleggen; deze kun je aanvragen bij je mastercoördinator. Omdat de E-variant gevolgen heeft voor het getuigschrift en diplomasupplement moet bovendien het onderwijsbureau van je eigen faculteit op de hoogte worden gebracht. Hiervoor ben je zelf verantwoordelijk.

Tijdig aanmelden en toekenning stageplek 
Stages voor de lerarenopleiding worden geregeld door de VU. Voor sommige schoolvakken geldt dat het aantal opleidingsplaatsen beperkt is omdat er onvoldoende kwalitatief goede stageplaatsen voorhanden zijn. Als er teveel aanmeldingen binnenkomen voor het reguliere traject (stage-variant) in deze schoolvakken, ontvangen de betreffende studenten bericht over de selectieprocedure. De afgelopen drie startmomenten is dit niet nodig geweest. Verder is er voor studenten die in stage-variant de opleiding gaan volgen een matchingstraject. Meer hierover vind je onder VU Matching. Studenten die zich na de aanmelddeadline aanmelden en beroep doen via de hardheidsclausule kunnen alleen geplaatst worden indien er stageplaatsen beschikbaar zijn en zij aannemelijk hebben kunnen maken waarom zij zich niet voor de deadline hebben kunnen aanmelden.

Vrijstelling 
Het is mogelijk om voor onderdelen van de opleiding een vrijstelling te krijgen op basis van eerder verworven competenties (EVC's).  

Kosten en studiefinanciering 
Collegegelden worden per jaar vastgesteld.  
Wie voldoet aan de daarvoor geldende regels, komt in aanmerking voor studiefinanciering. Er zijn verschillende financiële tegemoetkomingsregelen voor leraren. Meer informatie hierover kun je vinden op de website van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO).

Start van het studieprogramma 
De Master Leraar VHO start twee keer per jaar: in september (deadline aanmelden: 1 mei) en in februari (deadline aanmelden: 1 november).

Startdagen
In de eerste onderwijsweek vindt onderwijs plaats op:

  • Maandag 27 augustus 2018
  • Donderdag 30 augustus 2018
  • Vrijdag 31 augustus 2018 

Deelname aan deze startdagen is verplicht.

Inschrijven 
Voordat je je inschrijft, raden wij je aan de volledige inschrijfprocedure aandachtig door te lezen. Zij-instromers schrijven zich niet als student in.

Je kunt je vanaf 10 oktober aanmelden voor een masteropleiding aan de VU voor collegejaar 2019-2020.

Contact
Heb je vragen?

E: lerarenopleidingen@vu.nl
T: 020-5989210
Telefonisch spreekuur: maandag & donderdag 10-12u

Contact en open dagen

Heb je vragen?
E: lerarenopleidingen@vu.nl
T: 020-5989210
Telefonisch spreekuur: maandag & woensdag van 10.00 - 12.00 uur.

Vakdidactici
Voor vakinhoudelijke vragen kun je contact opnemen met de vakdidacticus: 

SchoolvakVakdidacticus
Aardrijkskundedrs. Iris Pauw 
i.pauw@vu.nl 
Algemene economiedrs. Hans Goudsmit 
h.r.goudsmit@vu.nl   
Geschiedenisdrs. Janneke K.W. Riksen 
j.k.w.riksen@vu.nl 
Godsdienst/ levensbeschouwingdrs. Jochem Quartel 
j.quartel@vu.nl 
Maatschappijleerdrs. Lars van der Bruggen 
l.a.vander.bruggen@vu.nl
Management & Organisatie (bedrijfseconomie)drs. Hans Goudsmit 
h.r.goudsmit@vu.nl   

VU Masteravond

  • Dinsdag 4 december 2018

Meer informatie en aanmelden

Voorlichtingsbijeenkomsten Lerarenopleidingen

  • Voorjaar 2019

Meelopen met een student
Wil je meer weten over de lerarenopleiding? Ga dan met een student mee naar college.