Educatieve specialisatie in de Bètawetenschappen

Word een vakspecialist

Wil jij innoveren in het onderwijs en jouw passie overbrengen op de wereldverbeteraars van morgen? Word bètaleraar in het voorbereidend hoger onderwijs! Bètavakken staan aan de basis van innovaties die de wereld verbeteren. Als bètadocent lever je een belangrijke maatschappelijke bijdrage; je inspireert de wereldverbeteraars van morgen. 

Met een eerstegraads lesbevoegdheid kun je lesgeven in zowel de onder- als de bovenbouw van havo/vwo en in het (v)mbo. Alle bètaleraren zijn ook bevoegd om het bètakeuzevak NLT (Natuur, Leven en Technologie) te geven. 

Door een groot tekort aan bètaleraren kun je overal werken in het voortgezet onderwijs en ook daarbuiten. Met zowel praktische als wetenschappelijke kennis van onderwijsmethode en -psychologie kun je overal op een succesvolle manier kennis overdragen. 

Binnen de volgende masteropleidingen kun je een educatieve specialisatie doen: 


Als je kiest voor de master Ecology, Biomedical Sciences en Medical Natural Sciences kun je alleen in september starten. De andere masteropleidingen gaan ook in februari van start.

Wat maakt jou uniek als bètaleraar? Wij gaan op zoek naar jouw kracht als docent waarbij persoonlijke aandacht, maatwerk en begeleiding centraal staat. Je volgt een geïntegreerd programma: het praktijkgedeelte in het voortgezet onderwijs en de didactische theorie op de VU. Je krijgt algemene didactiek rondom kernpraktijken en specifieke vakdidactiek voor jouw schoolvak. De theorie wordt steeds toegepast en getoetst in de praktijk op de school waar je stage loopt. Je gaat dan ook direct van start met het praktijkgedeelte. Stages worden geregeld door de VU.

Didactiek (Didactiek 1, 2 en 3 – totaal 21 EC)
Het vak Didactiek bestaat uit drie onderdelen: algemene didactiek, vakdidactiek en peergroup. Bij dit vak word je voorbereid op het docentschap in je eigen vakgebied en verdiep je je in theorieën over leren, communicatie en lesgeven. Je bestudeert inzichten in de ontwikkelings- en adolescentenpsychologie en wisselt praktijkstage-ervaringen uit met medestudenten. Bij de lessen didactiek staat iedere week een ander thema centraal dat gelijk in de praktijk wordt gebracht. Dit vak volg je één dag in de week op de maandag.

Praktijk (Praktijk 1, 2 en 3 – totaal 30 EC)
Tijdens de praktijkstage werk je met jouw werkplekbegeleider gericht aan de didactische thema’s en breng je deze in de praktijk. Het praktijkdeel inclusief voorbereiding beslaat de helft van de opleiding. Je hebt minimaal 240 klassencontacturen.

Praktijkonderzoek (praktijkonderzoek 1 en 2 – totaal 9 EC)
In het vak Praktijkonderzoek verdiep je je samen met collega’s en jouw werkplekbegeleider in een probleem uit de praktijk. Je maakt een analyse en doet empirisch onderzoek. Je selecteert relevant wetenschappelijk onderzoek, schrijft een onderzoeksverslag en presenteert jouw onderzoek. 


Een stevige vakdidactische basis
In de opleiding besteed je veel aandacht aan vakdidactiek. Je wordt opgeleid tot een professional die op verantwoorde wijze wetenschappelijke (vak)kennis bereikbaar maakt voor leerlingen. 

Praktijkgericht 
De vakdidactici van de masteropleiding hebben zelf veel ervaring in het lesgeven en zijn ook betrokken bij onderwijsvernieuwingen. Ze hebben aandacht voor jouw persoonlijke wensen en kijken samen met jou naar wat jij nodig hebt om een inspirerende leraar te worden.

Een helder programma gericht op jouw ontwikkeling 
De opleiding biedt een helder en samenhangend programma. Je persoonlijke ontwikkeling staat centraal; je houdt een digitaal portfolio bij en bespreekt regelmatig met je medestudenten en met je mentor je (les)ervaringen. Voor wie al meer ervaring heeft als docent zijn er mogelijkheden voor vrijstellingen op basis van eerder verworven competenties (EVC's).

Kleinschalig en persoonlijk 
De opleiding is kleinschalig en de lijnen zijn kort. Zo is het direct duidelijk bij wie je moet zijn met vragen. Je krijgt persoonlijke aandacht van je docenten en kunt bij hen terecht voor vragen.  

Schoolvakken

Wiskunde is misschien wel het meest belangrijke vak en onderdeel van alle bètavakken. De wiskundeprogramma’s zijn verdeeld over vier vakken: wiskunde A, B, C en D. Wiskunde A heeft het profiel ‘Economie en Maatschappij’ en ‘Natuur en Gezondheid’. Wiskunde B heeft het profiel ‘Natuur en Techniek’. Wiskunde C heeft het profiel ‘Cultuur en Maatschappij’ en wiskunde D is een keuzevak voor het profiel ‘Natuur en Techniek’.  Alle programma’s hebben een specifieke mix aan technieken, concepten en toepassingen die belangrijk zijn voor het profiel. Zo ligt bij wiskunde B meer de nadruk op algebraïsche technieken dan bij wiskunde C, waar juist meer aandacht is voor het gebruik van wiskunde in situaties die je als kritische burger tegenkomt.

Vakdidactische bijzonderheden 
Als docent help je leerlingen in de leeftijd van 12 t/m 18 jaar bij het ontwikkelen en toepassen van wiskundige begrippen en vaardigheden. Ook geef je betekenis aan wiskundige concepten. Daarnaast leer je ze wetenschappelijk onderzoek te doen, waarbij je aandacht besteedt aan verschillende thema’s.

Verdieping
Bij het keuzevak Bewijzen in de vlakke meetkunde verdiep je je in het aanleren van bewijzen in een meetkundige context. Ook bestaat de mogelijkheid een keuzemodule te combineren met een buitenlandse excursie (Florida, Gent).

Natuurkunde staat aan de basis van technologische innovaties en uitvindingen. Natuurkunde heeft historisch-filosofische aspecten en je kunt er ook natuurverschijnselen mee verklaren. Nieuwe examenonderwerpen zoals medische beeldvorming en elementaire deeltjes geven het vak extra invalshoeken. Relativiteitstheorie, kwantumfysica, geofysica en biofysica kunnen als keuze-onderwerpen behandeld worden binnen natuurkunde of NLT. 

Met natuurkunde kun je inspirerende lessen geven: spectaculaire demonstraties; ICT met videometen en modelleren; practica en onderzoek; discussies over filosofische vragen in de belevingswereld van leerlingen toegespitst op actuele uitdagingen. 

Samenwerking met andere schoolvakken
Natuur- en scheikunde wordt op steeds meer scholen in de onderbouw in de tweede en soms ook in de derde jaar gemeenschappelijk gegeven. Ook geven scholen vakoverstijgend projectgestuurd onderwijs waarbij biologie, sterrenkunde en wiskunde samenkomen. Scholen die het vak NLT (Natuur, Leven en Technologie) aanbieden combineren de vakken scheikunde, biologie en aardwetenschappen.

Vakdidactische bijzonderheden
Vakdidactiek natuurkunde heeft vijf speerpunten:

  • Hoe geef je het vak op een interessante en boeiende manier? 
  • Hoe ga je om met begripsproblemen en hoe kun je leerprocessen het beste ondersteunen?
  • Wat zijn de leerdoelen van practica en hoe leer je redeneren met begrippen en met wetenschappelijk bewijsmateriaal?
  • Hoe kun je de wiskundige aspecten van het vak en modelleren het beste geven?
  • Hoe deel je een les in, hoe organiseer je een veilig practicum?  

We besteden aandacht aan schoolvakontwikkelingen; ontwerpen, uitvoeren, evalueren van natuurkundelessen met actieve werkvormen, demonstratieproeven, practica en leren onderzoeken. Hierbij wordt ook ingegaan op het toepassen van ICT en media. Je doet ook kennis op over de eindexamenprogramma’s, het landelijke examen en de schoolexamens en over het toetsen van leerlingen in de klas. Je leert een praktijkonderzoek op te zetten, uit te voeren en een verslag te schrijven. 

Verdieping 
Bij natuurkunde didactiek kun je kiezen voor verschillende keuzemodulen. Je kunt een  lerarenhandleiding ontwerpen voor een demonstratieproef die je vervolgens uitvoert voor een extern publiek. Bij de module ICT kun je applicaties videometen en modelleren maar ook e-learning inzetten.


Scheikunde staat aan de basis van belangrijk wetenschappelijk onderzoek op micro- en macroniveau. In 2013 is een nieuw examenprogramma voor bovenbouw havo/vwo gestart. Scholen kunnen hiermee de context-concept benadering invoeren. Hiervoor zijn verschillende modules ontwikkeld voor zowel de havo als het vwo. Scheikunde wordt gegeven binnen de profielen ‘Natuur- en Gezondheid’ en ‘Natuur en Techniek’. Eerstegraads scheikundedocenten zijn ook bevoegd om natuurkunde in de onderbouw te geven.

Vakdidactische bijzonderheden
Vakdidactiek scheikunde heeft vier speerpunten:

  • Hoe geef je het vak op een interessante en boeiende manier? 
  • Hoe ga je om met begripsproblemen en hoe kun je leerprocessen het beste ondersteunen?
  • Wat zijn de leerdoelen van practica en hoe leer je redeneren met begrippen en met wetenschappelijk bewijsmateriaal?
  • Hoe deel je een les in, hoe organiseer je een veilig practicum?

We besteden aandacht aan schoolvakontwikkelingen; ontwerpen, uitvoeren, evalueren van scheikundelessen met actieve werkvormen, demonstratieproeven, practica en leren onderzoeken. Hierbij wordt ook ingegaan op het toepassen van ICT en media. Je doet ook kennis op over de eindexamenprogramma’s, het landelijke examen en de schoolexamens en over het toetsen van leerlingen in de klas. Je leert een praktijkonderzoek op te zetten, uit te voeren en een verslag te schrijven.  

Verdieping 
Bij scheikunde didactiek ontwerp je een lerarenhandleiding voor een demonstratieproef die je vervolgens uitvoert voor een extern publiek.

De levende natuur begrijpen begint bij biologie. Biologie speelt een belangrijke rol in het dagelijks leven van leerlingen. Ze maken keuzes over voeding, verzorging, gezondheid en seksualiteit. Daarnaast kunnen leerlingen direct of indirect in aanraking komen met (medisch-)biologische zaken of uiteenlopende maatschappelijke vraagstukken zoals het milieu en klimaatverandering, de ongelijke verdeling van voedsel, energie en grondstoffen, genetische modificatie en stamcellen, en de betaalbaarheid van de gezondheidszorg. De leerstof sluit aan bij hun belevingswereld en de vragen die ze zelf hebben.  

Vakdidactische bijzonderheden 
Het onderdeel vakdidactiek neemt in de opleiding een centrale positie in, waarbij de vakinhoud vertaalt wordt naar praktische lessen. Je gebruikt inzichten uit de algemene didactiek, bijvoorbeeld het gebruik van activerende werkvormen die je combineert met vakspecifieke denk- en werkwijzen. Het denken in organisatieniveaus van de levende natuur, het werken met contexten, het visualiseren van complexe processen zijn daar voorbeelden van. Ook wordt uitgebreid aandacht besteed aan practica, ICT en ethiek.

Verdieping
Een bijzonder onderdeel is de veldwerkweek in Orvelte (Drente), Serooskerke (Zeeland) of Hei- en Boeicop (Zuid-Holland) in mei of juni. Je wisselt hier veldbiologische kennis en vaardigheden uit of doet die op en je leert hoe je veldwerk kunt doen met leerlingen. Tijdens de veldwerkweek werk je samen met eerstegraads biologie docenten in opleiding van andere universiteiten in Nederland. Je kunt ook de jaarlijkse NIBI-conferentie in januari bezoeken. Deze conferentie biedt een uitgebreid programma aan lezingen en workshops, speciaal gericht op biologiedocenten. Ook bestaat de mogelijkheid een buitenlandse excursie (Florida, Gent) te doen.

Aardrijkskunde bestudeert de aarde en de complexiteit van zowel mens als natuur. Het is een populair keuzevak in de profielen ‘Cultuur en Maatschappij’ en ‘Economie en Maatschappij’.

Vakdidactische bijzonderheden 
Als docent aardrijkskunde help je leerlingen kritisch te kijken naar hun eigen leefomgeving  en ze meer te laten zien dan wat in eerste instantie opvalt. Leerlingen bouwen aan zicht op en begrip van de sociaal geografische wereld en de fysisch geografische aarde. De raakvlakken hiertussen, de wederzijdse invloed tussen mens en aarde, komt hierbij uitgebreid aan bod. Een belangrijk onderdeel van leren van aardrijkskunde is het leren omgaan met bronnen als kaarten, foto’s en artikelen. 

Verdieping 
Een bijzonder onderdeel is het 3-daags veldwerk in Orvelte in het voorjaar. Je leert hier wat veldwerk inhoudt en hoe je dit kunt organiseren voor leerlingen. Dit onderdeel voer je uit in samenwerking met eerstegraads docenten in opleiding aardrijkskunde van andere universiteiten in Nederland.

Marjolein Wal

Alumnus en bètaleraar

‘Ik had een carrière in de wetenschap voor ogen toen ik begon met mijn scheikunde studie aan de VU. Tijdens mijn studie heb ik stage gelopen op het gymnasium waar ik op zat en toen kwam ik erachter dat ik werken in het onderwijs veel leuker vind dan onderzoek doen. Na mijn stage vroeg de school of ik wilde invallen voor een docent die met verlof ging. Dat beviel zo goed dat ik tijdens mijn masterstudie Drug Discovery and Safety mijn eerstegraads bevoegdheid wilde halen. Ik had nooit gedacht dat ik leraar zou worden. Daarom denk ik dat het belangrijk is dat studenten tijdens hun studie met het onderwijs in aanraking komen zodat ze kunnen ervaren hoe leuk het is. Het is ontzettend belangrijk om je passie en kennis te delen met leerlingen. Ik heb zelfs een leerling geïnspireerd om ook leraar te worden!’

Overview Educatieve specialisatie in de Bètawetenschappen (2 jaar)

LANGUAGE OF INSTRUCTION

Dutch

DURATION

2 jaar

APPLICATION DEADLINE

1 mei (start september) of 1 november (start februari)

START DATE

1 februari en 1 september

STUDY TYPE

Part-time, Full-time

SPECIALIZATIONS

Wiskunde, natuurkunde, scheikunde, biologie, aardrijkskunde

FIELD OF INTEREST

Natural Sciences

Toelating en aanmelden

M Mathematicsacademische bacheloropleiding wiskunde of technische wiskunde
M Physics and Astronomy
M Medical Natural Sciences
academische bacheloropleiding medische natuurwetenschappen (keuzevakken gericht op natuurkunde) of natuurkunde
M Ecologyacademische bacheloropleiding biologie, Biomedical Sciences, Health and Life Sciences of Earth Sciences (keuzevakken gericht op biologie en ecologie)
M Chemistry 
M Drug Discovery and Safety
academische bacheloropleiding medische natuurwetenschappen (keuzevakken gericht op scheikunde/farmaceutische wetenschappen), farmaceutische wetenschappen en scheikunde
M Biomedical Sciencesacademische bacheloropleiding biologie
M Earth Sciencesacademische bacheloropleiding aardwetenschappen

Aanmelden
Je kunt je aanmelden en uitgebreidere toelatingseisen vinden op de opleidingspagina’s van de specifieke vakspecialistische master-opleidingen.

Vrijstellingen
Heb je tijdens je bachelorstudie de educatieve minor gevolgd? Dan kun je vrijstelling aanvragen voor 30 EC.
Heb je een tweedegraads bevoegdheid behaald voor een bètavak in het hbo? Dan volg je eerst een premaster. Tijdens master kun je vrijstelling aanvragen voor 30 EC. 

Heb je vragen?
E: lerarenopleidingen@vu.nl
T: 020-5989210 

Telefonisch spreekuur: maandag & woensdag van 10.00 -12.00 uur. 


;