Taalwetenschappen: Toegepaste Taalwetenschap

Zonder taal geen communicatie

Kinderen en anderstaligen: Hoe leren ze een taal?

Programma van:Taalwetenschappen
Titel:MA Taalwetenschappen: Toegepaste Taalwetenschap


Zonder taal geen communicatie. Maar hoe leren kinderen hun moedertaal? Hoe leren anderstaligen een tweede taal en wat zijn de beste lesmethoden? Welke overeenkomsten en verschillen bestaan er tussen talen? Als je geïnteresseerd bent in mensen, taal, taalonderwijs, dan is dit jouw masteropleiding. Een master voor denkers én doeners.

Het programma Toegepaste taalwetenschap houdt zich bezig met het verschijnsel taal in al zijn facetten. Je bestudeert het verschijnsel taal in de breedste zin van het woord: theoretische én toegepaste vraagstukken. Soms gaat het voornamelijk om literatuurstudie, dan weer analyseer je bandopnamen met gesproken taal of draai je mee op een school, medisch centrum of uitgeverij. Je wordt specialist op jouw vakgebied en tegelijkertijd leer je de beroepspraktijk kennen.

Programma-onderdelen  
De specialisaties van het programma Toegepaste taalwetenschap hebben beide de volgende onderdelen:

- Statistiek voor gevorderden 
- ICT leer- en begeleidingsmateriaal 
- Stage 
- Scriptie

Dan volg je bij de specialisatie Nederlands als tweede taal nog de volgende vakken:

- Achtergronden didactiek NT2 
- Didactiek BVE 
- Didactiek taalonderwijs volwassenen

En bij de specialisatie Taalstoornissen volg je nog de volgende vakken:

- Specifieke taalstoornissen en meertaligheid 
- Taal- en gehoorstoornissen 
- Dyslexie en orthodidactiek

Scriptie 
Vanzelfsprekend rond je je masterprogramma af met een afstudeeronderzoek. Dat onderzoek voer je zelfstandig uit, maar daarbij word je wel begeleid door een docent van de opleiding Taalwetenschap. Over dat onderzoek schrijf je je afstudeerscriptie. Soms ligt het onderwerp van je scriptie in het verlengde van je stage maar dat hoeft absoluut niet. Het is een op zichzelf staand onderzoek.

Je kunt dan bijvoorbeeld denken aan het analyseren en bewerken van een bepaalde toets om hem geschikt te maken voor een nieuwe doelgroep; bijvoorbeeld een toets die is gemaakt voor kleuters zodanig bewerken dat hij ook voor allochtone kleuters gebruikt kan worden. Of je kunt bestuderen hoe dyslexie tot uiting komt in talen met allerlei verschillende schriftsoorten zoals Arabisch en Chinees en/of Japans, of een onderzoek doen naar verschillende manieren van aanpak om de woordenschat van jonge kinderen (denk aan kinderen met een gehoorstoornis of aan kinderen met een andere moedertaal) uit te breiden.

Taalwetenschappen: Toegepaste taalwetenschap vakken in de studiegids.

Een student in de master Toegepaste taalwetenschap verwerft de kennis en vaardigheden die nodig zijn als taalspecialist. Je leert theoretische inzichten toepassen in het taalonderwijs. Je leert cursussen en leermateriaal maken en ook leer je hoe je het rendement en de kwaliteit van een leermethode of een training of een toets kunt meten en verbeteren. Je leert kindertaal te analyseren op typische en atypische ontwikkelingssymptomen en advies te geven over de begeleiding van kinderen met taalleerproblemen.

Vrijwel alle afgestudeerde taalwetenschappers vinden snel een baan die aansluit bij de opleiding. Je kunt dan denken aan de volgende beroepen: 

  • Toetsontwikkelaar. Dit betekent dat je op een instituut voor toetsontwikkeling gaat werken om (taal-)toetsen te ontwerpen of oude toetsen te updaten of opnieuw te normeren.
  • Docent. Als afgestudeerde van de specialisatie Nederlands als tweede taal kun je NT2-les gaan geven aan volwassenen. Daarvoor krijg je ook een Akte van bekwaamheid.
  • Ontwikkelaar van lesmateriaal of begeleidingsmateriaal. Dit betekent dat je bijv. bij een educatieve uitgeverij aan de slag gaat om lesmateriaal te maken op het gebied van taal, of remediërend materiaal, bijvoorbeeld voor dyslectisch kinderen of taalzwakke leerlingen.
  • Adviseur op het gebied van taalleerproblemen. Dit betekent dat je gaat werken bij een schooladviesdienst of een onderwijsadviesbureau en je scholen en/of ouders advies geeft over de taalontwikkeling en de begeleiding op het gebied van taal m.b.t. hun kinderen.
  • Beleidsmedewerker taalbeleid. Dit betekent dat je bij de overheid gaat werken (gemeente, provincie, ministerie van onderwijs) en meedenkt over het taalbeleid van een gemeente, van een provincie of van Nederland. Je weet met name veel van Nederlands als tweede taal, meertalige kinderen en/of leerlingen met taal(leer-)problemen, dus op dat gebied kun je adviserende en coördinerende taken uitvoeren.
  • Onderzoeker. Dit betekent dat je bij een universiteit of een onderzoeksinstelling werkt (wetenschappelijk of commercieel) en onderzoek doet naar de taalontwikkeling van bijvoorbeeld volwassen tweedetaalleerders, meertalige kinderen of dyslectische kinderen , onderzoek naar het taalonderwijs in een bepaalde regio of bij een bepaald soort school, of onderzoek naar het effect van remediërend materiaal voor bijvoorbeeld taalzwakke of anderstalige kinderen.

Unieke specialisaties 
De specialisaties die binnen het programma Toegepaste taalwetenschap aan de Letterenfaculteit van de VU aangeboden worden, zijn uniek in Nederland. Zo leidt de specialisatie Nederlands als tweede taal je op tot onderzoeker op het gebied van tweedetaalverwerving en tweedetaalonderwijs, en bovendien mag je na voltooiing als Nt2-docent lesgeven in het volwassenenonderwijs.

De specialisatie Taalleerstoornissen biedt een mix aan colleges over zowel problemen die kinderen en jongeren kunnen ondervinden op het gebied van mondelinge vaardigheden in de moedertaal als over problemen met het lezen en schrijven (dyslexie). Bovendien wordt hierbij de koppeling gemaakt naar kinderen die een andere taal dan Nederlands als moedertaal hebben, en kinderen die gehoorproblemen hebben.

Overview Taalwetenschappen: Toegepaste Taalwetenschap

Language of instruction

Dutch

Duration

1 jaar

Application deadline

1 juni

Start date

1 september

Study type

Full-time

Specializations

Taalstoornissen, Nederlands als tweede taal

Field of Interest

Language and Communication


Didactiek als kern van het traject 
De specialisatie Nederlands als tweede taal (NT2) bestaat voor een deel uit onderdelen die tezamen de zogenaamde NT2-docentenopleiding vormen. Deze opleiding heeft een aparte certificering (het Certificaat NT2 en het Bewijs van didactische bekwaamheid) waarmee je onderwijs mag geven aan volwassen anderstaligen. Het bestaat uit de volgende onderdelen:

· Didactiek taalonderwijs: achtergronden (12 stp). In dit onderdeel komen de theoretische achtergronden van verschillende aspecten van het NT2-onderwijs aan bod.

· Didactiek taalonderwijs volwassenen & Didactiek BVE (samen 6 stp). In dit onderdeel staat de praktijk van het (taal-)onderwijs aan volwassenen centraal. In acht workshops en praktijkcolleges komen verschillende praktische aspecten van de lespraktijk aan bod. Daarnaast werk je tijdens het onderdeel didactiek BVE aan de ontwikkeling van je  didactische vaardigheden.

· Stage van 150 onderwijsuren (de ‘onderwijsstage’). Tegelijk met het praktijkdeel van de studie doe je een stage in het volwassenenonderwijs, waar je meedraait in het NT2-onderwijs en ook zelf lessen verzorgt.

Overige onderdelen 
ICT leer- en begeleidingsmateriaal (6 stp). In deze cursus leer je hoe je met behulp van software lesmateriaal of remediërend materiaal kunt maken. In groepjes van twee studenten kies je een doelgroep en maak je materiaal dat specifiek op die groep is toegespitst. Je kunt bijvoorbeeld een aanvulling maken op bestaand materiaal of een doelgroep aanboren die nog niet (goed) bediend wordt in onderwijsland. Vanzelfsprekend word je zowel op ICT-gebied als op taalkundig gebied door een docent begeleid. 

Statistiek voor gevorderden (6 stp, zelfstudiemodule). Dit doe je aan de hand van een stapsgewijze, duidelijke handleiding die op een elektronische leeromgeving staat en die speciaal ontworpen is voor studenten taalwetenschap. De kennis die je bij dit vak opdoet, heb je later in het masterjaar nodig om op verantwoorde wijze je onderzoeksgegevens te analyseren en te interpreteren. 

De onderzoeksstage (185 uur; zie hier meer) en de scriptie (18 stp; zie hier meer).

De vijf colleges zijn samen 30 studiepunten, de twee stages 12 en de scriptie 18, waarmee je tot een totaal van 60 studiepunten komt.

Kinderen en taalleerproblemen 
Bij ongeveer 10% van de kinderen gaat het verwerven van de eigen taal niet vlekkeloos. Dit heeft soms te maken met het spreken en luisteren, en soms met het schrijven en lezen. Waar komen deze problemen vandaan en hoe kunnen deze kinderen het beste begeleid worden? 

De specialisatie Taalleerstoornissen biedt een mix aan colleges over moeilijkheden die kinderen en jongeren kunnen ondervinden op het gebied van mondelinge en schriftelijke vaardigheden in hun moedertaal en in een vreemde taal. Daarnaast wordt hierbij ook nog de koppeling gemaakt met meertalige kinderen en met kinderen die gehoorproblemen hebben.

Programma 
De drie colleges die de basis vormen van de specialisatie Taalstoornissen, zijn:

· Specifieke taalontwikkelingsstoornissen en meertaligheid (6 stp) 
· Taal- en gehoorstoornissen (6 stp) 
· Dyslexie en orthodidactiek van het talenonderwijs (6 stp)  

In deze colleges ga je aan de slag met het analyseren van taaldata van kinderen met een taalstoornis, met het ontwikkelen van onderdelen van een naslagwerk voor taaltherapeuten met meertalige cliënten, met het ontwikkelen van materiaal voor foutenanalyses in het Frans, Duits en Engels voor dyslectische leerlingen in het voortgezet onderwijs en het opzetten van taalexperimenten ten behoeve van onderzoek naar kinderen met een (gehoor)stoornis. 

In het college ICT leer- en begeleidingsmateriaal (6 stp) leer je hoe je met behulp van software lesmateriaal of remediërend materiaal kunt maken. In groepjes van twee studenten kies je een doelgroep en maak je materiaal dat specifiek op die groep is toegespitst. Je kunt bijvoorbeeld een aanvulling maken op bestaand materiaal of een doelgroep aanboren die nog niet (goed) bediend wordt in onderwijsland. Vanzelfsprekend word je zowel op ICT-gebied als op taalkundig gebied door een docent begeleid. 

Daarnaast volg je in zelfstudie de module Statistiek voor gevorderden (6 stp). Dit doe je aan de hand van een stapsgewijze, duidelijke handleiding die op een elektronische leeromgeving staat en die speciaal ontworpen is voor studenten taalwetenschap. De kennis die je bij dit vak opdoet, heb je later in het masterjaar nodig om op verantwoorde wijze je onderzoeksgegevens te analyseren en te interpreteren. 

Hier kun je meer lezen over de stage en de scriptie.

De vijf colleges zijn ieder 6 studiepunten, de stage is 12 en de scriptie 18, waarmee je tot een totaal van 60 studiepunten komt.

Alle masterstudenten Toegepaste taalwetenschap lopen een stage van ongeveer 7 weken fulltime. Dit kan ook in deeltijd worden gedaan gedurende een langere periode. In de stage is het de bedoeling dat je kennismaakt met een mogelijke werkplek en dat je op die werkplek een project uitvoert. Het is dus meer dan een snuffelstage! De stage moet een sterk inhoudelijke component hebben. Aan het eind schrijf je een verslag over je stage. De afgelopen jaren hebben masterstudenten Toegepaste taalwetenschap onder andere stage gelopen bij:

  • Vrije Universiteit Amsterdam – afdeling NT2
  • CINOP (Den Bosch) – adviesbureau op het gebied van leren, opleiden en ontwikkelen
  • CITO (Arnhem) – instituut voor toetsontwikkeling
  • CED-groep (Rotterdam) – onderzoek en ontwikkeling onderwijsmateriaal
  • Bureau ICE (Culemborg) – bureau voor toetsontwikkeling
  • Diverse commerciële taleninstituten
  • UvA – Kohnstamm Instituut – onderzoeksinstituut opvoeding en onderwijs
  • ITTA (Amsterdam) – Instituut taalonderzoek en taalonderwijs anderstaligen
  • Diverse ROC’s
  • James Boswell Instituut (Utrecht) – taleninstituut
  • Diverse talencentra van andere universiteiten
  • Diverse educatieve uitgeverijen
  • CPS (Amersfoort) -  instituut voor onderwijsontwikkeling
  • Meertens Instituut (Amsterdam) – onderzoeksinstituut naar de Nederlandse taal en cultuur
  • Fryske Akademie (Leeuwarden) – afdeling meertalig onderwijs
  • Diverse commerciële advies- en onderzoeksbureaus op het gebied van (taal)onderwijs
  • IWAL (Amsterdam) – Instituut voor diagnostiek en behandeling van dyslexie
  • Audiologisch centrum – VU Medisch Centrum (Amsterdam)

Toelating & contact

  • WO: Met een Bachelordiploma CIW (profiel Toegepaste taalwetenschap) van de VU heb je automatisch toegang tot het masterprogramma Toegepaste taalwetenschap.
  • Met een Bachelordiploma Taalwetenschap van een andere universiteit heb je meestal ook toegang tot het masterprogramma Toegepaste taalwetenschap, maar soms moet je eerst nog enkele vakken uit de Bachelor volgen omdat die specifieke voorkennis bevatten voor bepaalde vakken in de Master.
  • Met een HBO-diploma Logopedie volg je een speciaal pre-masterprogramma van 27 studiepunten. Als je al in je tweede of derde HBO-jaar hiertoe besluit, kun je deze vakken tijdens je HBO al volgen als bijvakstudent aan de VU en er je vrije ruimte bij je opleiding Logopedie mee vullen. Mocht je 30 studiepunten nodig hebben om je vrije ruimte te vullen, kun je er vrijwillig een ander vak van 3 studiepunten bij volgen. 
  • Met een PABO-diploma volg je een pre-masterprogramma van 30 studiepunten. Dit staat ongeveer gelijk aan een halftijds studiejaar. In dit jaar krijg je algemeen academisch vormende vakken:, academische vaardigheden, methodologie van onderzoek en statistiek en vakken die specifiek voorbereiden op de masterspecialisaties (bijv. NT2 verwerven, Kindertaalverwerving, Lezen & schrijven, Spreken & horen).

Voor alle anderen geldt dat er individueel gekeken wordt naar de opleiding(en) die iemand heeft gevolgd en de mate waarin iemand al taalkundig onderlegd is op wetenschappelijk niveau. Ook werkervaring kan hierbij een rol spelen. Dit wordt meestal vastgesteld in een intake-gesprek (zie Contact).

Wie toegelaten wil worden tot het masterprogramma Toegepaste taalwetenschap moet zich voor 1 juni aanmelden via Studielink voor de opleiding Taalwetenschappen (60 studiepunten).

Na aanmelding in Studielink ontvang je een e-mail met je inlogcodes voor VUnet (VU studentenportal). In VUnet rond je je aanmelding af en kun je je pasfoto uploaden. Vul bij specialisatie Toegepaste taalwetenschap in. Als laatste moet je de volgende documenten per email sturen aan toelating.fgw@vu.nl:

Zodra er een toelatingsverklaring afgegeven wordt, ontvang je hier bericht over van Studielink. Deze toelatingsverklaring wordt afgegeven door de Examencommissie van de Graduate School.

NB: Het indienen van deze documenten geldt alleen als je geen student bent van de Faculteit der Letteren van de Vrije Universiteit.

Meer informatie over toelating en inschrijving is hier te vinden.

N.B. HBO-afgestudeerden moeten een pre-master assessment afleggen (zie hier).

Als je niet voldoet aan de vooropleidingseisen, dan kun je tot het masterprogramma Toegepaste taalwetenschap worden toegelaten nadat je de premaster met succes hebt afgerond. In de premaster, die uit maximaal 30 studiepunten bestaat, werk je je deficiënties weg.

Op grond van je vooropleiding bepaalt de examencommissie of je in aanmerking komt voor een premaster en hoe jouw premasterprogramma eruit komt te zien. In alle gevallen kan met het premasterprogramma uitsluitend in september gestart worden. Je kunt de vakken volgen aan de VU, samen met andere premasterstudenten en bachelorstudenten maar je kunt je premaster ook volgen via Afstandsonderwijs.

Als je tot de premaster bent toegelaten met een hbo-diploma, dan is deelname aan een premasterassessment verplicht.

Kosten 
Je betaalt voor de eerste 30 studiepunten van de premasteropleiding een premastertarief ter hoogte van het wettelijk collegegeld; zie voor de tarieven www.vu.nl/collegegeld. Moet je meer dan 30 studiepunten aan vakken volgen om je deficiënties weg te werken, dan betaal je voor die extra vakken €34,00 per studiepunt. De extra vakken volg je als contracttoehoorder.

Meer informatie 
Instromen na het HBO 
Doorstromen vanuit WO 
Premasterassesment 

Wanneer je na het lezen van de informatie op deze website nog vragen hebt, dan kun je deze per e-mail stellen: studiekeuze.fgw@vu.nl    

Inhoudelijke informatie (bv. vakken) 
Voor inhoudelijke informatie over de pre-master of de master neem je contact op met de studiebegeleider van de masterstudenten Toegepaste taalwetenschap: dr. P. (Petra) Bos. Je kunt met haar een intake-gesprek houden. Dan kijken jullie samen naar het onderwijstraject dat je tot nu toe hebt gevolgd (HBO opleiding of WO bachelor of anders?) en op basis daarvan krijg je uitleg over hoe jouw pre-masterprogramma eruit zal zien. Ook kun je in dat gesprek praktische zaken bespreken als (deeltijd-)studie in combinatie met een baan. Neem contact op via mail: phf.bos@vu.nl

Mastervoorlichting 
Kijk hier wanneer de volgende voorlichtingsactiviteit plaatsvindt.